ECLI:NL:RBBRE:2008:BE8801
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - meervoudig
- A.F.M.Q. Beukers-van Dooren
- A.A. den Hartog
- C.A.F.M. Stassen
- Rechtspraak.nl
Aansprakelijkheid bestuurder voor naheffingsaanslag loonbelasting NV met vestiging in België en Nederland
Belanghebbende, woonachtig in België en bestuurder/aandeelhouder van een Belgische NV die personeel uitleende aan een Nederlandse groep, werd aansprakelijk gesteld voor een naheffingsaanslag loonbelasting over 2000-2003. Hij stelde dat hij na 20 december 2001 geen feitelijke leiding meer had. De rechtbank oordeelde dat voor de periode tot 20 december 2001 de NV geen vaste inrichting in Nederland had en belanghebbende daarom niet aansprakelijk was op grond van artikel 36 Invorderingswet Pro (Inv). Wel was hij aansprakelijk voor die periode op grond van artikel 37 Inv Pro omdat hij toen de leiding had over de werkzaamheden in Nederland.
Na 20 december 2001 werd de feitelijke leiding van de NV in Nederland uitgeoefend, waardoor de NV vanaf dat moment onderworpen was aan vennootschapsbelasting in Nederland en belanghebbende als formeel bestuurder aansprakelijk was op grond van artikel 36 Inv Pro. Belanghebbende had zijn meldingsplicht omtrent betalingsonmacht niet nageleefd, waardoor sprake was van onbehoorlijk bestuur. De rechtbank verwierp formele bezwaren over de bekendmaking van de naheffingsaanslag en oordeelde dat de boete en kosten terecht waren opgelegd.
De rechtbank concludeerde dat belanghebbende medeschuldig was aan het ontstaan van de belastingschuld en dat zijn beroep ongegrond moest worden verklaard. Er werd geen proceskostenvergoeding toegekend. De uitspraak werd gedaan door de meervoudige belastingkamer van de rechtbank Breda op 22 mei 2008.
Uitkomst: Belanghebbende wordt aansprakelijk gehouden voor de naheffingsaanslag loonbelasting en boete over 2000-2003; beroep wordt ongegrond verklaard.