ECLI:NL:RBBRE:2008:BD5991
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - meervoudig
- A.F.M.Q. Beukers-van Dooren
- A.A. den Hartog
- I.J.F.A. van Vijfeijken
- Rechtspraak.nl
Toepassing bedrijfsopvolgingsfaciliteit bij nalatenschap met vordering als beleggingsvermogen
Belanghebbende en haar zuster zijn erfgenamen van hun overleden tante en erven aandelen in een B.V. waarbij de bedrijfsopvolgingsfaciliteit van de Successiewet wordt toegepast. De B.V. heeft een vordering op een deelneming, die door de inspecteur als beleggingsvermogen is aangemerkt, waardoor de faciliteit niet op dat deel van toepassing zou zijn.
De rechtbank stelt vast dat de vordering is ontstaan door overdracht van aandelen en verhuurde panden die beleggingsvermogen vormden. De omzetting van deze activa in een vordering betekent dat het ene beleggingsactief is vervangen door een ander, zonder dat op de sterfdatum sprake was van aanwending ten behoeve van ondernemingsactiviteiten. Daarom moet de vordering als beleggingsvermogen worden aangemerkt.
Verder is in geschil of de drempel van artikel 7a, eerste lid, Uitvoeringsregeling Successiewet moet worden berekend over 15% van de waarde van de aandelen of van de activa van de B.V. De rechtbank volgt de inspecteur en bepaalt dat de drempel over de aandelenwaarde moet worden berekend.
De aanslag wordt herrekend en verminderd, waarbij belastingschulden op het beleggingsvermogen in mindering worden gebracht. De rechtbank verklaart het beroep gegrond, vernietigt de uitspraak op bezwaar en vermindert de aanslag successierecht. Tevens worden proceskosten aan belanghebbende toegewezen.
Uitkomst: De aanslag successierecht wordt verminderd tot een verkrijging van € 2.897.648 met toepassing van de bedrijfsopvolgingsfaciliteit en correctie voor beleggingsvermogen.