ECLI:NL:RBBRE:2008:BD1509
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Rechtbank Breda vernietigt conserverende aanslag en heffingsrente wegens onterecht niet-ontvankelijkheid bezwaar
Belanghebbende emigreerde in oktober 2001 naar de Verenigde Staten. In september 2005 legde de inspecteur een conserverende aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen op voor het jaar 2001, gebaseerd op een te conserveren inkomen van € 96.000 aan pensioenaanspraken, € 50.000 aan lijfrente en € 50.000 aan aanmerkelijk belang, met heffingsrente en revisierente.
Belanghebbende werd niet-ontvankelijk verklaard in zijn bezwaar wegens het ontbreken van een motivering. De rechtbank oordeelt echter dat belanghebbende uitvoerig had gecorrespondeerd en gesproken met een andere inspecteur over de aanslag, en dat deze gesprekken voldoende motivering vormden. De niet-ontvankelijkverklaring was daarom onterecht.
De rechtbank stelt vast dat er overeenstemming bestond over de hoogte van het te conserveren inkomen, namelijk € 12.408 aan pensioenaanspraken, € 21.146 aan lijfrente en € 81.240 aan winst uit aanmerkelijk belang. De heffingsrente wordt vernietigd vanwege overgangsrecht, en de revisierente wordt verminderd tot € 6.710.
De rechtbank veroordeelt de inspecteur tot vergoeding van proceskosten en griffierecht. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij het gerechtshof te ’s-Hertogenbosch.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt de conserverende aanslag en heffingsrente, stelt de aanslag vast conform overeengekomen bedragen en veroordeelt de inspecteur in proceskosten.