ECLI:NL:RBBRE:2008:BC8850
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Aansprakelijkheid binnen fiscale eenheid voor naheffingsaanslagen omzetbelasting bevestigd
Belanghebbende maakt deel uit van een fiscale eenheid in de zin van artikel 7, vierde lid, van de Wet op de omzetbelasting 1968 en is aansprakelijk gesteld voor naheffingsaanslagen die aan de fiscale eenheid zijn opgelegd. Belanghebbende betwistte de aansprakelijkheid en stelde dat hij geen ondernemer is en dus geen deel kan uitmaken van de fiscale eenheid, waardoor de beschikking tot aansprakelijkstelling ongeldig zou zijn.
De rechtbank verwijst naar het arrest van de Hoge Raad van 27 januari 2006, waarin is bepaald dat de beschikking fiscale eenheid rechtszekerheid biedt en onherroepelijk wordt indien geen bezwaar of beroep wordt ingesteld. Omdat belanghebbende geen bezwaar of beroep heeft ingesteld tegen de beschikking fiscale eenheid van 13 december 2002, is deze beschikking geldig en kan de vraag of sprake is van een fiscale eenheid niet meer aan de orde komen in de aansprakelijkheidsprocedure.
Verder is niet in geschil dat de fiscale eenheid de naheffingsaanslagen onbetaald heeft gelaten. De rechtbank oordeelt dat belanghebbende als onderdeel van de fiscale eenheid terecht aansprakelijk is gesteld voor het bedrag van € 34.056 na vermindering van de oorspronkelijke aanslag.
Het beroep wordt ongegrond verklaard en er worden geen proceskosten toegekend. De uitspraak is gedaan door rechter A.F.M.Q. Beukers-van Dooren op 4 maart 2008 en in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: Belanghebbende is terecht aansprakelijk gesteld voor de naheffingsaanslagen omzetbelasting binnen de fiscale eenheid.