ECLI:NL:RBBRE:2008:BC5824
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vermindering navorderingsaanslag wegens nieuw feit en juiste waardering bedrijfspand
Belanghebbende verhuurde een bedrijfspand aan haar eigen BV, waarvan zij en haar echtgenoot alle aandelen houden. De inspecteur legde een navorderingsaanslag op naar aanleiding van het niet melden van deze ter beschikking stelling in de aangifte inkomstenbelasting 2001.
De rechtbank oordeelt dat het ter beschikking stellen van het pand een nieuw feit is dat navordering rechtvaardigt, omdat de inspecteur hier bij de primitieve aanslag niet van op de hoogte was en ook niet hoefde te zijn. Belanghebbende kon geen rechtsgeldig vertrouwen ontlenen aan een telefonische toezegging dat geen navorderingsaanslag zou volgen.
De waarde van het pand per 1 januari 2001 wordt vastgesteld op € 1.073.190, waarbij rekening wordt gehouden met alternatief gebruik als supermarkt na noodzakelijke aanpassingen. De voorgestelde afschrijvingsmethode van belanghebbende voldoet niet aan goed koopmansgebruik omdat zij geen rekening houdt met restwaarde. De rechtbank stelt de jaarlijkse afschrijving vast op € 23.393, gebaseerd op een levensduur van 40 jaar en een restwaarde van € 137.500.
Hierdoor wordt de navorderingsaanslag verminderd met € 5.275. De inspecteur wordt veroordeeld in de proceskosten van belanghebbende en het betaalde griffierecht wordt vergoed. De uitspraak is gedaan door drie rechters en openbaar uitgesproken op 7 februari 2008.
Uitkomst: De navorderingsaanslag wordt verminderd en de inspecteur wordt veroordeeld in proceskosten en griffierecht.