ECLI:NL:RBBRE:2007:BK1656
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- A.A. den Hartog
- Rechtspraak.nl
Bezwaarschrift omzetbelasting 2000 niet-ontvankelijk wegens termijnoverschrijding
Belanghebbende diende een bezwaarschrift in tegen de door de inspecteur opgelegde omzetbelasting over het jaar 2000. De inspecteur verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk wegens overschrijding van de wettelijke termijn van zes weken na voldoening van de belasting.
Belanghebbende voerde aan dat de termijnoverschrijding verschoonbaar was vanwege onvolledige implementatie van de Zesde Richtlijn en beroepen op diverse arresten van het Hof van Justitie, waaronder het Emmott-arrest en het Charles en Charles-Tijmens-arrest. De rechtbank oordeelde dat deze argumenten niet tot ontvankelijkheid konden leiden, mede gelet op het arrest van de Hoge Raad van 18 februari 2005.
De rechtbank stelde vast dat de bezwaartermijn in overeenstemming is met het communautaire recht, dat lidstaten formele termijnen mogen stellen en dat belanghebbende geen bijzondere omstandigheden had gesteld die de termijnoverschrijding verschoonbaar maakten. Ook het beroep op het beginsel van formele rechtskracht en andere aangehaalde bronnen werd verworpen.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en zag geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij het gerechtshof te ’s-Hertogenbosch.
Uitkomst: Het bezwaar tegen de aanslag omzetbelasting 2000 wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens termijnoverschrijding en het beroep wordt ongegrond verklaard.