ECLI:NL:RBBRE:2007:BB4494
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Verwerping beroep inzake vordering uit verkoop deelneming GmbH en toepassing deelnemingsvrijstelling
Belanghebbende heeft in 1997 haar 20% belang in GmbH verkocht aan [mbH]. In de notariële akte is een vaste koopsom van DM 500.000 vermeld, terwijl belanghebbende stelt aanspraak te maken op voorwaardelijke nabetalingen tot maximaal DM 700.000 à 750.000. Deze vordering is opgenomen in de balans en aangifte vennootschapsbelasting 1998, maar de inspecteur heeft dit gecorrigeerd.
De rechtbank oordeelt dat belanghebbende onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat de vordering op de koper bestaat, mede omdat de notariële akte geen voorwaardelijke nabetalingen vermeldt en correspondentie slechts het onderhandelingsproces weerspiegelt. Verklaringen van betrokkenen worden onvoldoende betrouwbaar geacht vanwege belangenconflicten.
Zelfs als de vordering zou bestaan, zou dit niet leiden tot vermindering van de belastbare winst, omdat de deelnemingsvrijstelling alle voor- en nadelen van de deelneming omvat. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en ziet geen aanleiding tot proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard en de aanslag vennootschapsbelasting 1998 gehandhaafd.