ECLI:NL:RBBRE:2006:BG7070
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bezwaar en verzoek teruggaaf omzetbelasting wegens termijnoverschrijding
Belanghebbende, een ondernemer voor de Wet op de omzetbelasting 1968, diende een suppletieaangifte in met een verzoek tot teruggaaf van omzetbelasting over 2004. De inspecteur verklaarde dit bezwaar niet-ontvankelijk omdat het niet binnen de wettelijke termijn van zes weken na voldoening van de belasting was ingediend.
Belanghebbende voerde aan dat zij recht had op teruggaaf van voorbelasting over een woning met een werkkamer die zij als bedrijfsvermogen wilde aanmerken, gesteund op jurisprudentie van het Hof van Justitie (arrest Lennartz en Charles). De rechtbank oordeelde echter dat de formele termijnen voor bezwaar en teruggaaf in de Wet OB en Awb niet waren nageleefd en dat deze termijnen niet in strijd zijn met communautaire beginselen.
De rechtbank overwoog dat de mogelijkheid tot herziening van voorbelasting niet van toepassing was omdat de werkkamer vanaf het begin voor zakelijk gebruik bestemd was en er geen wijziging in het gebruik had plaatsgevonden. Nieuwe jurisprudentie na het verstrijken van de termijn kan niet leiden tot het oordeel dat belanghebbende niet in verzuim was. Daarom werd het beroep ongegrond verklaard en werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende tegen de niet-ontvankelijkverklaring van haar bezwaar en verzoek tot teruggaaf omzetbelasting over 2004 is ongegrond verklaard wegens termijnoverschrijding.