ECLI:NL:RBBRE:2006:AX9081
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.J.J. Engel
- A.J. Kromhout
- G.H.C. Blommers
- Rechtspraak.nl
Beoordeling toepassing foutenleer bij vrijwaringsclausule in vennootschapsbelasting
Belanghebbende ontving in 1998 betalingen uit hoofde van een vrijwaringsclausule in een verkoopcontract van aandelen. Deze betalingen werden tot de belastbare winst gerekend. Belanghebbende wilde in 2001 via de foutenleer haar fiscale positie corrigeren door een vordering op te nemen in de beginbalans en een deel van de winst te corrigeren.
De rechtbank oordeelt dat de vrijwaringsclausule een derdenbeding is waarbij de koper van de aandelen belanghebbende bewust bevoordeelde, waardoor de ontvangen bedragen als informeel kapitaal moeten worden aangemerkt en niet tot de belastbare winst behoren. Ten aanzien van de foutenleer stelt de rechtbank dat geen sprake is van een bepaaldelijke fout, omdat de omvang van de vrijwaring in 1991 onzeker was en belanghebbende terecht ervoor koos de voordelen pas in latere jaren te verantwoorden.
Daarnaast overweegt de rechtbank dat zelfs indien de foutenleer van toepassing zou zijn, herstel niet mogelijk is voor het deel van de vordering dat in eerdere jaren door betaling is te niet gegaan. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard. De rechtbank legt geen proceskostenveroordeling op.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de betalingen uit hoofde van de vrijwaringsclausule worden als informeel kapitaal aangemerkt.