ECLI:NL:RBBRE:2001:AB1405
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - meervoudig
- Vrendenbarg
- Van Duijn
- Cooijmans
- Rechtspraak.nl
Hoofdelijke aansprakelijkheid materieel werkgever na bouwplaatsongeval met ernstig letsel
Op 15 oktober 1996 is werknemer [dhr. X] aangereden door een achteruitrijdende vrachtwagen tijdens werkzaamheden aan de Voorstraat te Fijnaart, waarbij hij ernstig letsel opliep. [Dhr. X] was uitgeleend aan gedaagden, die als materieel werkgever worden beschouwd. Zurich, als WAM-verzekeraar van Bakx BV, heeft de vordering van [dhr. X] overgenomen en vordert hoofdelijke aansprakelijkheid van gedaagden.
De rechtbank onderzoekt de rechtspositie van Zurich als cessionaris en de geldigheid van de cessie, waarbij onduidelijkheid bestaat over het moment van kennisgeving aan gedaagden en het mogelijke ontbreken van een resterende vordering na uitkering aan [dhr. X]. Daarnaast wordt de aansprakelijkheid van gedaagden als materieel werkgever getoetst aan artikel 7:658 BW Pro, met nadruk op de veiligheidsverplichtingen en het causale verband tussen tekortkomingen en het ongeval.
Gedaagden betwisten tekortkomingen en wijzen op het ontbreken van opzet of bewuste roekeloosheid van [dhr. X]. De rechtbank stelt dat gedaagden moeten aantonen dat zij aan hun veiligheidsverplichtingen hebben voldaan. De beoordeling van de veiligheidsmaatregelen, zoals het dragen van veiligheidskleding en het begeleiden van achteruitrijdend verkeer, wordt aangehouden voor nadere onderbouwing door Zurich.
De zaak wordt verwezen naar een volgende rolzitting om nadere conclusies van partijen te ontvangen, waarbij ook de onderlinge verhouding tussen gedaagden en de precieze omvang van hun aansprakelijkheid nader moet worden toegelicht.
Uitkomst: De rechtbank houdt de zaak aan voor nadere toelichting over cessie, hoofdelijke aansprakelijkheid en veiligheidsverplichtingen.