ECLI:NL:RBASS:2011:BP9010
Rechtbank Assen
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening inzake niet tijdig beslissen op WMO-aanvraag en proceskostenveroordeling
Verzoekster, een alleenstaande moeder met een zoontje, heeft haar WWB-uitkering ingetrokken gekregen vanwege wijziging van haar verblijfstatus. Zij diende een aanvraag in voor een voorziening op grond van de WMO, waarop verweerder niet tijdig heeft beslist. De rechtbank stelt vast dat het zoontje kwetsbaar is en recht heeft op bescherming van zijn privé- en gezinsleven volgens artikel 8 EVRM Pro, wat een positieve verplichting voor de staat inhoudt om adequate opvang te bieden.
De rechtbank oordeelt dat de gemeente Emmen niet tijdig heeft beslist op de WMO-aanvraag, waardoor een dwangsom is verbeurd. Verzoekster heeft thans onderdak en de dreiging van dakloosheid is niet acuut. De voorlopige voorziening wordt daarom beperkt tot de betaling van de verbeurde dwangsom van €1.260,=. Het verzoek om toekenning van leefgeld wordt afgewezen omdat verzoekster van de dwangsom kan voorzien in haar onderhoud.
De rechtbank wijst het beroep tegen het niet tijdig beslissen op de WMO-aanvraag toe, vernietigt het besluit van niet tijdig beslissen en legt een termijn van twee weken voor het alsnog nemen van een beslissing op. Tevens wordt verweerder veroordeeld tot betaling van proceskosten en griffierechten. Het verzoek om een voorlopige voorziening in de WWB-zaak wordt afgewezen.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond wegens niet tijdig beslissen op de WMO-aanvraag, legt een dwangsom op en veroordeelt verweerder tot betaling van proceskosten.