ECLI:NL:RBARN:2012:BX5658
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling naheffingsaanslag parkeerbelasting aan kentekenhouder ondanks feitelijke parkeerder
Eiseres, kentekenhouder van een auto, kreeg een naheffingsaanslag parkeerbelasting opgelegd omdat de parkeerbelasting niet was voldaan door de gebruiker aan wie zij de auto had uitgeleend. De gebruiker was ter plaatse en had contact met de parkeercontroleur, maar de aanslag werd aan de kentekenhouder opgelegd en op de voorruit van de auto achtergelaten.
Eiseres betoogde dat de aanslag onterecht aan haar was opgelegd en dat deze aan de feitelijke parkeerder had moeten worden uitgereikt conform artikel 234, achtste lid, van de Gemeentewet. De rechtbank oordeelde dat de aanslag terecht aan de kentekenhouder is opgelegd, omdat deze volgens de Gemeentewet als belastingschuldige geldt zolang de parkeerbelasting niet is voldaan.
De rechtbank verwees naar vaste jurisprudentie van de Hoge Raad dat fouten in de bekendmaking van de naheffingsaanslag niet leiden tot nietigheid van de aanslag. De parlementaire geschiedenis bevestigt dat de houder van het voertuig verantwoordelijk is, en dat het achtste lid van artikel 234 alleen Pro de bekendmaking regelt, niet de belastingschuld.
Gelet hierop verklaarde de rechtbank het beroep ongegrond en wees zij proceskostenveroordeling af. De uitspraak bevestigt dat de naheffingsaanslag aan de kentekenhouder kan worden opgelegd, ook als de feitelijke parkeerder aanwezig is en contact heeft gehad met de controleur.
Uitkomst: De naheffingsaanslag parkeerbelasting is terecht aan de kentekenhouder opgelegd en het beroep wordt ongegrond verklaard.