ECLI:NL:RBARN:2012:BX1004
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging aansprakelijkstelling op grond van artikel 40 Invorderingswet wegens onterechte navorderingsaanslag vennootschapsbelasting
Eiseres werd aansprakelijk gesteld voor onbetaalde vennootschapsbelasting over het boekjaar 2003/2004 vanwege een navorderingsaanslag die samenhing met de afboeking op een herinvesteringsreserve (HIR) na verkoop en aankoop van vastgoed binnen haar vennootschap. De rechtbank oordeelt dat er geen sprake was van ambtelijk verzuim bij de belastingdienst en dat de inspecteur geen nader onderzoek hoefde te doen voorafgaand aan de ambtshalve aanslag.
De kern van het geschil betrof de vraag of de afboeking van het horecapand op de HIR terecht was. De rechtbank stelt vast dat de wet en jurisprudentie geen zakelijkheidseis stellen voor de herinvestering en dat de waarde van het pand los staat van de hypotheken die erop rusten. De koopsom van het horecapand kon daarom terecht worden afgeboekt op de HIR.
Omdat de navorderingsaanslag onterecht was opgelegd, kon deze niet de grondslag vormen voor de aansprakelijkstelling. De rechtbank verklaart het beroep gegrond, vernietigt de aansprakelijkstelling en veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiseres. Tevens wordt het door eiseres betaalde griffierecht vergoed.
Uitkomst: De aansprakelijkstelling van eiseres wordt vernietigd omdat de navorderingsaanslag onterecht is opgelegd en afboeking op de herinvesteringsreserve terecht was.