ECLI:NL:RBARN:2011:BU4973
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Integrale proceskostenvergoeding wegens bewust niet volgen van beleid bij kavelruil overdrachtsbelasting
Eiser verkreeg in 2000 via een kavelruil gronden en opstallen, waarvoor de Dienst Landelijk Gebied (DLG) goedkeuring gaf. Verweerder legde later een naheffingsaanslag overdrachtsbelasting op omdat niet voldaan zou zijn aan de eis van minimaal drie inbrengende en verkrijgende partijen, zoals later door verweerder gehanteerd. De naheffingsaanslag werd vernietigd bij uitspraak op bezwaar, waarna eiser beroep instelde tegen de hoogte van de proceskostenvergoeding.
De rechtbank oordeelde dat verweerder tot 12 november 2004 het beleid voerde vrijstelling toe te kennen bij DLG-goedkeuring zonder voorbehoud van het aantal partijen. Verweerder had het vertrouwensbeginsel van eiser geschonden door achteraf strengere eisen te stellen en de naheffingsaanslag op te leggen, terwijl duidelijk was dat deze in beroep geen stand zou houden.
Daarom was een integrale proceskostenvergoeding voor de bezwaarfase gerechtvaardigd. Voor de beroepsfase werd geen integrale vergoeding toegekend omdat de naheffingsaanslag al was vernietigd. Verweerder werd veroordeeld tot vergoeding van de redelijke kosten van eiser.
Uitkomst: Verweerder wordt veroordeeld tot een integrale proceskostenvergoeding wegens het bewust niet volgen van het beleid omtrent vrijstelling overdrachtsbelasting bij kavelruil.