ECLI:NL:RBARN:2011:BP1574
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing van incidentele vorderingen tot oproeping derden en inzage e-mails in civiele procedure bestuurdersaansprakelijkheid
In deze civiele procedure tussen PromOcean c.s. als eiseressen en Trientalis c.s. en een individuele gedaagde als verweerden, zijn twee incidentele vorderingen behandeld. De gedaagde verzocht eerst om oproeping van twee buitenlandse vennootschappen als derden in het geding, stellende dat de uitkomst van de hoofdzaak ook hun positie raakt. De rechtbank oordeelde dat geen zinvolle beslissing kan worden genomen zonder deze derden, maar dat het belang onvoldoende is omdat dezelfde vordering reeds bij een andere rechtbank aanhangig is, waardoor dubbele procedures dreigen.
Daarnaast vorderde de gedaagde op grond van artikel 843a Rv inzage in e-mailberichten van de periode 2005-2009 van zijn en zijn secretaresse’s e-mailadressen bij PromOcean NL. De rechtbank verwierp deze vordering omdat de gedaagde geen concreet belang aannemelijk maakte, het auteursrecht op de e-mails toekomt aan de werkgever en de gevraagde stukken te ruim en onvoldoende specifiek waren omschreven.
De rechtbank veroordeelde de gedaagde in de proceskosten van de incidenten en bepaalde dat de hoofdzaak wordt voortgezet met een rolzitting voor conclusie van antwoord. De beslissing in de incidentele vorderingen is daarmee definitief, terwijl verdere beslissingen in de hoofdzaak worden aangehouden.
Uitkomst: De rechtbank wijst de incidentele vorderingen van de gedaagde af wegens gebrek aan rechtmatig belang en onvoldoende specificatie.