ECLI:NL:RBARN:2010:BO3968

Rechtbank Arnhem

Datum uitspraak
3 november 2010
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
198269
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:233 BWArt. 6:234 BWArt. 6:235 lid 1 sub a BWArt. 360 BWArt. 396 BW
Verwijzingen
5 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toepassing vernietigingsgronden algemene voorwaarden bij grote wederpartij volgens artikel 6:235 BW

In deze civiele zaak tussen Arcelormittal Construction Nederland B.V. en Bentstaal B.V. stond centraal of Bentstaal als grote wederpartij kon worden aangemerkt, waardoor zij geen beroep kon doen op de vernietigingsgronden van de algemene voorwaarden volgens de artikelen 6:233 en 6:234 BW.

Arcelormittal stelde dat Bentstaal haar volledige jaarrekeningen over 2008 en 2009 daadwerkelijk had gepubliceerd en daarmee onder de uitzondering van artikel 6:235 lid 1 sub a BW Pro viel. Bentstaal betwistte weliswaar dat zij een grote wederpartij was, maar erkende niet dat zij verplicht was haar jaarrekening openbaar te maken. De rechtbank volgde de wetsgeschiedenis en rechtspraak waarin het criterium van daadwerkelijke publicatie leidend is, niet de verplichting daartoe.

Omdat Bentstaal niet betwistte dat zij haar jaarrekeningen daadwerkelijk had gepubliceerd, werd geconcludeerd dat zij geen beroep kon doen op de vernietigingsgronden van de algemene voorwaarden. Het verweer dat de voorwaarden niet ter hand waren gesteld en het forumkeuzebeding vernietigbaar was, faalde eveneens. De rechtbank oordeelde dat het forumkeuzebeding geldig tot stand was gekomen en wees de exceptie van onbevoegdheid af.

De proceskosten van het incident werden aan Bentstaal opgelegd. De hoofdzaak werd aangehouden omdat Bentstaal nog geen conclusie van antwoord had genomen.

Uitkomst: Bentstaal kan geen beroep doen op vernietigingsgronden omdat zij haar jaarrekeningen heeft gepubliceerd; het forumkeuzebeding is geldig.

Uitspraak

vonnis
RECHTBANK ARNHEM
Sector civiel recht
zaaknummer / rolnummer: 198269 / HA ZA 10-555
Vonnis in incident van 3 november 2010
in de zaak van
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
ARCELORMITTAL CONSTRUCTION NEDERLAND B.V.,
gevestigd en kantoorhoudende te Tiel,
eiseres in de hoofdzaak,
verweerster in het incident,
advocaat mr. S.J. van Susante te Arnhem,
tegen
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
BENTSTAAL B.V.,
gevestigd en kantoorhoudende te IJsselstein,
gedaagde in de hoofdzaak,
eiseres in het incident,
advocaat mr. S. Baks te Utrecht.
De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het tussenvonnis in het incident van 28 juli 2010
- de brief met bijlagen van Arcelormittal d.d. 23 augustus 2010
- de akte uitlating producties van Bentstaal.
Daarna is vonnis bepaald in het incident.
De (verdere) beoordeling van het geschil
In het incident
1. In het tussenvonnis is aan Bentstaal de gelegenheid gegeven alsnog te reageren op de bij antwoordakte in het incident door Arcelormittal gevoerde verweren en de in verband daarmee overgelegde producties. Daarbij is aan Arcelormittal verzocht de originelen van het door haar in de jaren 2007 t/m 2009 gebruikte standaardbriefpapier waarop de facturen werden afgedrukt (en waarop volgens Arcelormittal op de achterzijde de algemene voorwaarden waren weergegeven) aan Bentstaal te verstrekken.
2. Het meest verstrekkende verweer van Arcelormittal is dat Bentstaal geen beroep op de vernietigingsgronden van de artikelen 6: 233 en 234 BW toekomt, omdat zij een “grote wederpartij” is in de zin van artikel 6:235 lid 1 sub a BW Pro, omdat zij over de jaren 2008 en 2009 haar volledige jaarrekeningen heeft gepubliceerd. Bentstaal heeft dat laatste niet betwist, maar zij heeft betwist dat op haar de verplichting rust haar volledige jaarrekeningen openbaar te maken, omdat zij geen “grote wederpartij” is. Bij haar zijn, zo stelt zij, minder dan 50 werknemers werkzaam.
3. In de wetsgeschiedenis van het huidige artikel 6:235 lid 1 sub a BW Pro (Parl. Gesch., InvW 6, p. 1631 en 1644) staat:
“Het criterium onder a (het criterium van art. 6:235 lid 1 onder Pro a BW; de rechtbank) verwijst naar de artikelen 360 e.v. van boek 2, met name de artikelen 396 en 403. Als ‘grote’ wederpartijen worden aangemerkt naamloze vennootschappen, besloten vennootschappen met beperkte aansprakelijkheid, coöperatieve verenigingen en onderlinge waarborgmaatschappijen, die hun gehele jaarrekening moeten publiceren, dus niet kunnen volstaan met een beperkte balans als bedoeld in artikel 396 lid Pro 7; men zie de criteria in lid 1 van dat artikel alsmede artikel 398.
Teneinde bewijsproblemen te voorkomen wordt overigens niet de verplichting tot het openbaar maken van een jaarrekening, doch het daadwerkelijk publiceren ervan, als criterium voorgesteld; dit is gemakkelijk in het Handelsregister na te gaan.
(...)
Het amendement moet naar het ons voorkomt aldus worden begrepen, dat alleen rechtspersonen van wie een jaarrekening is openbaar gemaakt, onder de uitzondering, bedoeld in art. 2c lid 1 onder a ( art. 6:235 lid 1 onder Pro a BW; de rechtbank) vallen; is geen jaarrekening openbaar gemaakt dan biedt lid 1 onder b het criterium, en zulks ongeacht of het gaat om rechtspersonen die publikatieplichtig zijn of niet. Dit strookt niet alleen met de tekst van het amendement (...) doch ook met de toelichting alwaar naar aanleiding van de bepaling onder a wordt opgemerkt: ‘Ten einde bewijsproblemen te voorkomen wordt overigens niet de verplichting tot het openbaar maken van een jaarrekening, doch het daadwerkelijk publiceren ervan, als criterium voorgesteld; dit is gemakkelijk in het Handelsregister na te gaan’ alsook: ‘met het woord ‘laatstelijk’ wordt gedoeld op de laatste openbaar gemaakte jaarstukken’. Vervolgens wordt over de bepaling onder b gezegd dat zij mede ziet op ’rechtspersonen bedoeld in artikel 360 Boek Pro 2, die niet aan het onder a geformuleerde criterium voldoen’, waarvan als voorbeeld wordt gegeven(...). Het ligt voor de hand dat de bepaling onder b mede geldt voor ‘grote’ rechtspersonen die om een andere reden niet tot publikatie van een jaarrekening zijn overgegaan”.
4. Hoewel de wetgever met artikel 6:235 lid 1 sub a BW Pro met name het oog lijkt te hebben gehad op grote wederpartijen op wie de plicht rust hun gehele jaarrekening te publiceren, heeft zij er ter voorkoming van bewijsproblemen voor gekozen om het daadwerkelijk publiceren van de jaarrekening als criterium te kiezen. Aldus is artikel 6:235 lid 1 sub a BW Pro ook komen te luiden. Hieruit en uit de rechtspraak (Gerechtshof Arnhem 16 januari 2001, NJ 2002, 63 en 15 februari 2005, NJF 2005, 352) volgt dat voor de toepassing van dit artikel bepalend is of de jaarrekening daadwerkelijk gepubliceerd is en niet of er een verplichting is tot het openbaar maken van de jaarrekening.
5. Bentstaal heeft weliswaar aangevoerd dat zij geen ‘grote wederpartij’ is, maar zij gaat niet in op en betwist daarmee niet, de (met producties gestaafde) stelling van Arcelormittal dat Bentstaal haar volledige jaarrekening over 2008 en 2009 daadwerkelijk heeft openbaar gemaakt, zodat daarvan als onweersproken moet worden uitgegaan. Gelet op hetgeen hiervoor met betrekking tot art. 6:235 lid 1 onder Pro a BW is overwogen, komt Bentstaal daarom geen beroep op de vernietigingsgronden van art. 6:233 onder Pro a en b BW toe. Het verweer van Bentstaal, dat de toepasselijke algemene voorwaarden van Arcelormittal haar voor of bij het sluiten van de overeenkomst niet ter hand zijn gesteld en dat het daarin neergelegde forumkeuzebeding vernietigbaar is, gaat reeds daarom niet op.
6. De slotsom is dat op de tussen de partijen gesloten overeenkomst de algemene voorwaarden van Arcelormittal van toepassing zijn en dat tussen hen een (geldig) forumkeuzebeding tot stand is gekomen. De exceptie van onbevoegdheid is dus ten onrechte opgeworpen. Als de in het ongelijk gestelde partij zal Bentstaal de proceskosten van het incident moeten dragen.
In de hoofdzaak
7. Aangezien Bentstaal in de hoofdzaak nog geen conclusie van antwoord heeft genomen zal de zaak daartoe weer naar de rol worden verwezen. Iedere verdere beslissing zal worden aangehouden.
De beslissing
De rechtbank
in het incident
verwerpt het beroep op onbevoegdheid,
veroordeelt Bentstaal in de kosten van het incident, aan de zijde van Arcelormittal tot op heden begroot op EUR 579,-- voor salaris van de advocaat,
in de hoofdzaak
verwijst de zaak naar de rol van 1 december 2010 voor conclusie van antwoord,
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door mr. S.C.P. Giesen en in het openbaar uitgesproken op 3 november 2010.
Coll.: ED