ECLI:NL:RBARN:2010:BN6830
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Betwisting opdrachtgever en zorgplicht in civiele vordering inzake juridische werkzaamheden
In deze civiele procedure staat centraal of [gedaagde] als opdrachtgever kan worden aangemerkt voor de door [eiser] verrichte juridische werkzaamheden, en of [eiser] aan zijn zorgplicht heeft voldaan. De rechtbank oordeelt dat onvoldoende is onderbouwd dat [gedaagde] opdrachtgever was voor diverse gedeclareerde werkzaamheden, aangezien deze ten behoeve van Condor Yachting, een eenmanszaak van de echtgenote van [gedaagde], zijn verricht.
Ten aanzien van de zorgplicht komt de rechtbank, mede op basis van een brief van 13 november 2004, terug op een eerdere beslissing en oordeelt dat [eiser] vanaf die datum wel aan zijn zorgplicht heeft voldaan. Voor werkzaamheden vóór die datum wordt de vordering afgewezen. Daarnaast wordt overwogen dat [gedaagde] de zaak kennelijk heeft laten voortzetten en daarom gehouden is tot betaling van de werkzaamheden na die datum.
De rechtbank wijst diverse onderdelen van de vordering af wegens onvoldoende bewijs van opdrachtgeverstatus en verzuim. Voor een lening van €16.000 wordt bewijsopdracht gegeven aan [eiser]. Verder wordt de zaak op de rol gezet voor getuigenverhoor en comparitie, waarbij partijen zich mogen uitlaten over de zorgplicht en uurtarief. De beslissing wordt aangehouden voor verdere beoordeling.
Uitkomst: De rechtbank wijst een deel van de vordering af wegens onvoldoende bewijs van opdrachtgeverstatus en verzuim, komt terug op de zorgplicht vanaf 13 november 2004 en gelast bewijslevering over de lening.