ECLI:NL:RBARN:2010:BM4485
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verrekening niet-afgedragen loonbelasting met aanslag inkomstenbelasting afgewezen wegens gebrek aan goede trouw werknemer
Eiser was in 2009 in loondienst bij twee werkgevers die loonbelasting inhoudden maar niet afdroegen. De Belastingdienst stelde een voorlopige aanslag inkomstenbelasting vast zonder rekening te houden met deze niet-afgedragen loonheffing. Eiser stelde beroep in tegen deze aanslag.
De rechtbank onderzocht of de niet-afgedragen loonbelasting door de werknemer mocht worden verrekend met de aanslag inkomstenbelasting. Volgens vaste jurisprudentie mag dit alleen indien de werknemer te goeder trouw is, dat wil zeggen redelijkerwijs mocht menen dat de werkgever aan zijn afdrachtverplichting zou voldoen.
Eiser verklaarde ter zitting dat hij wist dat beide werkgevers de loonheffing niet zouden afdragen. Hierdoor kon hij niet te goeder trouw zijn. De rechtbank oordeelde dat de loonheffing daarom niet verrekend mocht worden. Ook andere beroepsgronden van eiser faalden, waaronder een beroep op de algemene beginselen van behoorlijk bestuur.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en bevestigde de voorlopige aanslag. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Het beroep tegen de voorlopige aanslag inkomstenbelasting wordt ongegrond verklaard omdat de werknemer niet te goeder trouw was ten aanzien van niet-afgedragen loonbelasting.