ECLI:NL:RBARN:2010:BM1323
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - meervoudig
- R.P. van Baaren
- M.C.G.J. van Well
- A.I. van Amsterdam
- Rechtspraak.nl
Huurovereenkomst tussen erflaatster en erfgenamen heeft geen waardedrukkend effect op nalatenschapswoning
De zaak betreft een geschil over de waardering van een woning behorende tot de nalatenschap van een erflaatster en de toepassing van vrijstellingen in de Successiewet 1956. Eiser en zijn echtgenote zijn erfgenamen van de nalatenschap, waarin ook een woning is begrepen die tot het overlijden van de erflaatster door haar werd bewoond. Kort voor haar overlijden is een huurovereenkomst gesloten die ingaat op het moment van overlijden.
Verweerder heeft de woning gewaardeerd op de marktwaarde vrij van huur en gebruik, terwijl eiser een waardedrukkend effect van de huurovereenkomst aanvoerde. Daarnaast was in geschil of de vrijstelling van artikel 32, eerste lid, onderdeel 7, van de Successiewet per verkrijger of gezamenlijk voor gehuwde erfgenamen moet worden toegepast.
De rechtbank oordeelt dat de huurovereenkomst op het moment van overlijden door vermenging teniet is gegaan, omdat de erfgenamen als enige eigenaren de woning verkrijgen en het eigendomsrecht prevaleert boven het huurrecht. Hierdoor is geen sprake van een waardedrukkend gebruiksrecht tegen marktpartijen. Tevens volgt uit de wetsgeschiedenis en jurisprudentie dat de vrijstelling slechts eenmaal kan worden toegepast bij gehuwde erfgenamen die de verkrijging gezamenlijk aangaan.
Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard en de aanslag successierecht wordt gehandhaafd. De rechtbank ziet geen aanleiding tot proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de aanslag successierecht wordt ongegrond verklaard en de aanslag wordt gehandhaafd.