ECLI:NL:RBARN:2010:BM1261
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - meervoudig
- M.C.G.J. van Well
- I. Linssen
- A.H.M. Haerkens
- Rechtspraak.nl
Toerekening buitenlandse vermogensbestanddelen ex-echtgenoot aan eiseres volgens artikel 2.17 Wet IB 2001
Eiseres en haar ex-echtgenoot hadden een huwelijk met huwelijkse voorwaarden en zijn in 2003 gescheiden. Verweerder legde voor het jaar 2002 aan eiseres een aanslag IB/PVV op gebaseerd op een belastbaar inkomen uit sparen en beleggen, mede toegerekend op basis van buitenlandse tegoeden van de ex-echtgenoot bij Kredietbank Luxemburg (KBL).
De rechtbank stelt vast dat eiseres en haar ex-echtgenoot in 2002 nog partners waren in de zin van de Wet IB 2001, ondanks de latere echtscheiding. De buitenlandse vermogensbestanddelen van de ex-echtgenoot zijn niet in de aangiften opgenomen, waardoor op grond van artikel 2.17, vierde lid, Wet IB 2001 deze vermogensbestanddelen geacht worden voor de helft tot het bezit van eiseres te behoren.
Eiseres overlegt een instemmingsverklaring van de ex-echtgenoot waarin hij akkoord gaat met volledige toerekening van de correctie aan hem. De rechtbank twijfelt niet aan de echtheid van deze verklaring. Omdat de aanslagen nog niet onherroepelijk zijn, is voldaan aan de voorwaarden van artikel 2.17, derde lid, Wet IB 2001. De aanslag en boete worden vernietigd en de aanslag verminderd tot nihil. Verweerder wordt veroordeeld in de proceskosten van eiseres.
Uitkomst: De aanslag en boete worden vernietigd en de buitenlandse tegoeden worden toegerekend aan de ex-echtgenoot, met veroordeling van verweerder in proceskosten.