ECLI:NL:RBARN:2009:BJ6202
Rechtbank Arnhem
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot schorsing tenuitvoerlegging ontbinding dienstwoning en ontruiming
In deze zaak vorderen eisers in conventie, die een dienstwoning bewoonden op het terrein van Gejo Vastgoed B.V., schorsing van de tenuitvoerlegging van een vonnis van 29 mei 2009 waarin de ontbinding van de overeenkomst betreffende de woning en ontruiming werd bevolen. De voorzieningenrechter stelt vast dat de kantonrechter de woning terecht als dienstwoning heeft aangemerkt en dat de ontbinding van de overeenkomst niet berust op een juridische misslag.
Eisers stelden dat de tenuitvoerlegging een noodtoestand zou veroorzaken vanwege onder meer het ontbreken van geschikte woonruimte en een gebroken enkel, maar de voorzieningenrechter achtte deze omstandigheden niet nieuw of voldoende zwaarwegend om schorsing te rechtvaardigen. Tevens is niet gebleken dat Gejo geen redelijk belang heeft bij executie.
Ten aanzien van een eerder vonnis over ontruiming van de zolderruimte werden de vorderingen eveneens afgewezen, mede omdat eisers zelf voorzieningen hadden verwijderd en de zolder al grotendeels was ontruimd. De vordering van Gejo om belemmering van een geplande weekend-clinic te voorkomen werd toegewezen met een beperkte dwangsom.
De voorzieningenrechter compenseerde de proceskosten en wees het verzoek tot schorsing van de tenuitvoerlegging af, waarbij werd benadrukt dat een executiegeschil niet dient als verkapt appel en dat bewijs over tijdige ontruiming aan de bodemrechter moet worden voorgelegd.
Uitkomst: Verzoek tot schorsing van de tenuitvoerlegging van het vonnis tot ontbinding en ontruiming wordt afgewezen.