ECLI:NL:RBARN:2008:BC8823
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.D.A. den Tonkelaar
- M.J. Blaisse
- T.P.E.E. van Groeningen
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheidsincident en afwijzing vordering inzage bescheiden ex art. 843a Rv in complexe civiele procedure
De rechtbank Arnhem behandelde een bevoegdheidsincident en een incidentele vordering ex art. 843a Rv. in een omvangrijke civiele procedure tussen Ballast Nedam en diverse gedaagden. Ballast Nedam vorderde onder meer inzage in administratieve bescheiden die in beslag waren genomen en in gerechtelijke bewaring waren gesteld, in verband met vermeende onrechtmatige handelingen en bestuurdersaansprakelijkheid.
De rechtbank constateerde dat sprake was van zowel subjectieve als objectieve cumulatie van vorderingen, waaronder arbeidsovereenkomsten en onrechtmatige daad, met een totaalbedrag van meer dan € 60 miljoen. Gezien de complexiteit achtte de rechtbank de zaak ongeschikt voor behandeling door één rechter, maar oordeelde zij zich bevoegd te zijn om de gehele zaak te behandelen.
De incidentele vordering tot afgifte van bescheiden werd getoetst aan de vereisten van art. 843a Rv. De rechtbank stelde dat de vordering onvoldoende specifiek was, omdat de bescheiden niet duidelijk waren omschreven en het verzoek neigde naar een 'fishing expedition'. Hoewel Ballast Nedam stelde dat de bescheiden betrekking hadden op fraude, ontbrak een voldoende bepaaldheid van de stukken. Daarom wees de rechtbank de vordering af.
Verder bepaalde de rechtbank dat partijen bij de comparitie stukken tijdig moeten indienen en dat de comparitie zal dienen voor het verkrijgen van inlichtingen en het onderzoeken van een minnelijke regeling. De beslissing over de proceskosten in het incident werd aangehouden tot de hoofdzaak.
Uitkomst: De rechtbank wijst de incidentele vordering ex art. 843a Rv. af wegens onvoldoende specificatie van de gevorderde bescheiden.