ECLI:NL:RBARN:2007:BH0113
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Onjuiste adressering aanslag vennootschapsbelasting en waardering schuld bij emigratie
De rechtbank Arnhem behandelde het geschil over de aanslag vennootschapsbelasting (Vpb) 2001 opgelegd aan eiseres, die haar feitelijke leiding per 20 december 2001 naar de Nederlandse Antillen verplaatste. De kernpunten betroffen de juiste adressering van de aanslag, de waardering van een schuld aan [F BV], en de vraag of artikel 15c Wet Vpb in strijd is met het vrije kapitaalverkeer.
De rechtbank stelde vast dat de aanslag correct was geadresseerd aan eiseres, ondanks dat zij na een fusie was opgehouden te bestaan, omdat bezwaar tijdig en namens de verkrijgende vennootschap was ingesteld. De waardering van de schuld aan [F BV] moest op nominale waarde plaatsvinden, ook al had [F BV] de vordering afgewaardeerd, omdat goed koopmansgebruik niet vereist dat de schuld lager dan nominale waarde wordt opgenomen.
Ten aanzien van de vermeende schending van de vrijheid van kapitaalverkeer oordeelde de rechtbank dat artikel 43 EG Pro-verdrag (vrijheid van vestiging) van toepassing is en niet artikel 56 EG Pro-verdrag. Omdat de zetel van de vennootschap naar een derde land was verplaatst, kon eiseres zich niet beroepen op artikel 43. Het beroep werd deels gegrond verklaard, met vernietiging van de uitspraak op bezwaar en vermindering van de aanslag, en verweerder werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Beroep gegrond verklaard, aanslag verminderd en proceskosten toegewezen aan eiseres.