ECLI:NL:HR:1996:AA1848
Hoge Raad
- Cassatie
- R.J.J. Jansen
- Van der Linde
- Bellaart
- De Moor
- Van der Putt-Lauwers
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt uitspraak over niet-ontvankelijkheid bezwaar inkomstenbelasting 1988
Belanghebbende kreeg voor het jaar 1988 een aanslag inkomstenbelasting opgelegd op een belastbaar inkomen van ƒ 50.000. Na een bezwaarprocedure die door de Inspecteur niet-ontvankelijk werd verklaard, bevestigde het hof deze beslissing. Belanghebbende stelde cassatieberoep in bij de Hoge Raad.
De Hoge Raad oordeelde dat de Inspecteur het aangiftebiljet ten onrechte als bezwaarschrift had aangemerkt, omdat niet kon worden aangenomen dat belanghebbende op de hoogte was van de aanslag. De aanslag was pas op 10 februari 1993 tijdig vastgesteld, terwijl het bezwaar op 2 april 1993 tijdig was ingediend.
Daarom was het hof onterecht in zijn oordeel dat belanghebbende niet ontvankelijk was in zijn bezwaar. De Hoge Raad vernietigde het arrest van het hof, de uitspraak van de Inspecteur en de aanslag. Tevens werd de Staatssecretaris van Financiën veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierechten.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest en verklaart het bezwaar ontvankelijk omdat de aanslag niet tijdig was vastgesteld.