ECLI:NL:RBARN:2007:BB0770
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - meervoudig
- A.J.H. van Suilen
- I. Linssen
- M.J.R. Kuyt
- Rechtspraak.nl
Belastingheffing over gedeeltelijke overdracht pensioenverplichting aan niet-toegelaten verzekeraar
Eiseres was werkzaam bij een BV waarvan haar echtgenoot aandeelhouder was en had een pensioenregeling verzekerd bij een verzekeraar. In 2002 droeg de verzekeraar een deel van de pensioenverplichting over aan de BV, die dit deel in eigen beheer zou uitvoeren. De Belastingdienst rekende de volledige pensioenaanspraak tot het loon en legde revisierente en heffingsrente op.
Eiseres maakte bezwaar tegen de aanslag en de revisierente, maar dit werd afgewezen. De kern van het geschil was of de overgangsregeling van artikel 36b Wet LB van toepassing was, waardoor artikel 19b Wet LB niet zou gelden. Eiseres stelde dat artikel 36b van toepassing was, terwijl de Belastingdienst dit ontkende op grond van wetsgeschiedenis en jurisprudentie.
De rechtbank volgde de uitleg van de Hoge Raad en de Advocaat-Generaal dat de strekking van artikel 36b prevaleert boven de letterlijke tekst, waardoor de overgangsregeling niet van toepassing is bij een overdracht aan een niet-toegelaten verzekeraar ná 31 december 1994. Hierdoor is de volledige pensioenaanspraak belast als loon.
Subsidiair stelde eiseres dat alleen het overgedragen deel belast mocht worden, maar de rechtbank oordeelde dat artikel 19b Wet LB geen onderscheid maakt en dat de aanslag correct is vastgesteld op de volledige waarde van €120.076. Het beroep werd ongegrond verklaard en proceskosten werden niet toegewezen.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de aanslag inkomstenbelasting over de volledige pensioenaanspraak wordt bevestigd.