ECLI:NL:RBARN:2007:BA3585
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Ontbinding man-vrouw maatschap en correctie goodwill en afschrijvingen
Eiser en zijn echtgenote dreven gezamenlijk een administratiekantoor in de vorm van een maatschap. Na het uittreden van de echtgenote in januari 2001 zette eiser de onderneming voort als eenmanszaak. Bij ontbinding van de maatschap was geen vergoeding voor goodwill aan de vrouw toegekend. Later verkocht eiser de onderneming aan een derde, waarbij een vergoeding voor goodwill werd betaald.
De Belastingdienst corrigeerde het door eiser opgegeven resultaat door een vordering op de echtgenote te herwaarderen en afschrijvingen op bedrijfsmiddelen aan te passen. Eiser betwistte deze correcties, stellende dat de vordering oninbaar was en dat de afschrijvingen terecht waren toegepast.
De rechtbank stelde vast dat de echtgenote zakelijk gezien recht had op een vergoeding voor goodwill bij haar uittreden, gelijk aan de helft van de uiteindelijk gerealiseerde goodwill bij verkoop. Tevens oordeelde de rechtbank dat de door eiser gehanteerde afschrijvingsmethodiek niet voldeed aan goed koopmansgebruik, waardoor de correcties van de Belastingdienst terecht waren.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees de proceskostenveroordeling af. De uitspraak werd gedaan op 19 april 2007 door de rechtbank Arnhem.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de correcties van de Belastingdienst.