ECLI:NL:RBARN:2007:BA0706
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Woning niet als twee onroerende zaken aangemerkt wegens ontbreken afsluitbaarheid tussendeur
Verweerder stelde de waarde van de woning aan de [a-straat 1] per 1 januari 2003 vast als twee afzonderlijke onroerende zaken, verdeeld over de delen bewoond door eiser en zijn schoonouders. Eiser betwistte dit en voerde aan dat de woning als één onroerende zaak moet worden aangemerkt omdat de delen niet als afzonderlijk geheel kunnen worden gebruikt.
Tijdens de zitting werd vastgesteld dat de tussendeur tussen de delen niet afsluitbaar is, waardoor geen sprake is van een redelijk afsluitbaar gedeelte dat als afzonderlijke onroerende zaak kan worden aangemerkt. De rechtbank volgde de jurisprudentie van de Hoge Raad en het Hof Arnhem en concludeerde dat de woning als één onroerende zaak moet worden beschouwd.
Het beroep van eiser werd gegrond verklaard, het bestreden besluit en de beschikkingen vernietigd, en de gemeente Rheden werd gelast het betaalde griffierecht aan eiser te vergoeden. Het beroep tegen een brief van verweerder werd niet-ontvankelijk verklaard.
De uitspraak bevestigt dat voor de Wet WOZ de afsluitbaarheid van gedeelten bepalend is voor het al dan niet aanmerken als afzonderlijke onroerende zaken, en dat het enkel feitelijk afsluitbaar zijn op de peildatum relevant is.
Uitkomst: De woning wordt als één onroerende zaak aangemerkt omdat de gedeelten niet redelijk afsluitbaar zijn, en het bestreden besluit wordt vernietigd.