ECLI:NL:RBARN:2007:AZ7724
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Stille reserve melkquotum bij inbreng maatschap en winsttoerekening
Eiser bracht zijn landbouwbedrijf, inclusief een melkquotum, in een maatschap met zijn zoon in. Bij de oprichting van de maatschap in 1990 werd een deel van de stille reserves op onroerende en roerende zaken voorbehouden, maar het melkquotum werd niet specifiek genoemd. De waarde van het melkquotum werd vastgesteld op f. 925.000 met een stille reserve van hetzelfde bedrag.
In 2000 werd het melkquotum verkocht en de opbrengst werd geheel toegerekend aan de zoon. Verweerder corrigeerde dit en rekende de stille reserve naar rato van de winstverdeling toe aan eiser. Eisers voerden aan dat het melkquotum geheel was overgedragen aan de zoon en dat de stille reserve geruisloos was doorgeschoven volgens artikel 17 van Pro de Wet op de Inkomstenbelasting 1964.
De rechtbank oordeelde dat zonder specifieke bepaling in de maatschapsakte het melkquotum naar evenredigheid van de winstverdeling moest worden toegerekend. Eisers slaagden er niet in te bewijzen dat het melkquotum anders behandeld moest worden. Daarom werd het beroep ongegrond verklaard en de winsttoerekening van verweerder bevestigd.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de winsttoerekening van de stille reserve aan eiser bevestigd.