ECLI:NL:RBARN:2005:BA9625
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - meervoudig
- A.J.H. van Suilen
- F.M. Smit
- 1. Linssen
- Rechtspraak.nl
Geen integrale proceskostenvergoeding bij navorderingsaanslag zonder bijzondere omstandigheden
Eiser stelde bezwaar tegen een navorderingsaanslag inkomstenbelasting 1998 en verzocht om vergoeding van proceskosten die in de bezwaarfase waren gemaakt. Verweerder had het bezwaar deels toegewezen maar geen beslissing genomen over proceskostenvergoeding. Na een uitspraak waarin het verzoek om vergoeding werd afgewezen en het bezwaar niet-ontvankelijk werd verklaard, stelde eiser beroep in bij de rechtbank.
De rechtbank oordeelde dat eiser ontvankelijk was omdat het verzoek om proceskostenvergoeding niet adequaat was behandeld. Verweerder stelde dat tijdens overleg was afgesproken geen kostenvergoeding toe te kennen, maar dit kon niet worden bewezen. De rechtbank wees een forfaitaire vergoeding toe volgens het Besluit proceskosten bestuursrecht (BBP).
De rechtbank vond geen bijzondere omstandigheden die een integrale vergoeding rechtvaardigen, mede omdat het geschil over de huisvestingskosten niet leidde tot ernstig onzorgvuldig handelen door verweerder. De rechtbank veroordeelde verweerder tot betaling van een forfaitaire proceskostenvergoeding van €402,50 voor de bezwaarfase en €644 voor de beroepsfase, en vergoedde het griffierecht van €37.
De uitspraak vernietigde de eerdere beslissing op bezwaar voor zover deze geen proceskostenvergoeding bevatte en trad in de plaats daarvan. Partijen werd gewezen op de mogelijkheid tot hoger beroep en cassatie.
Uitkomst: De rechtbank kent een forfaitaire proceskostenvergoeding toe wegens ontbreken van bijzondere omstandigheden.