ECLI:NL:RBARN:2005:AT5930

Rechtbank Arnhem

Datum uitspraak
4 mei 2005
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
AWB 04/1246
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • W.F. Bijloo
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:2 AwbArt. 6:13 AwbArt. 6:24 AwbArt. 8:75 AwbArt. 8:77 Awb
Verwijzingen
11 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevoegdheid en ontvankelijkheid bij beroep gemeente tegen WW-uitkeringsbesluit

In deze bestuursrechtelijke zaak staat centraal welk bestuursorgaan bevoegd is om namens de gemeente Nijmegen beroep in te stellen tegen een besluit van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) betreffende een WW-uitkering aan een ex-werkneemster.

De gemeente maakte bezwaar tegen het besluit van 11 november 2003 waarbij de WW-uitkering werd toegekend met een vermindering wegens een maatregel. Na afwijzing van het bezwaar stelde de gemeente beroep in tegen het besluit van 28 april 2004. De rechtbank onderzocht de ontvankelijkheid van het beroep en de bevoegdheid van de indiener.

De rechtbank oordeelde dat de gemeente als werkgever belanghebbende is en dus bezwaar en beroep kan instellen. Wel stelde de rechtbank vast dat het beroep niet werd ingesteld op basis van een besluit van het college van burgemeester en wethouders, zoals vereist op grond van artikel 160 Gemeentewet Pro. Hoewel de burgemeester het beroep later bekrachtigde, ontbrak het formele besluit vooraf. Daarom verklaarde de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk.

De rechtbank zag geen aanleiding tot een proceskostenveroordeling en wees erop dat tegen deze uitspraak hoger beroep mogelijk is bij de Centrale Raad van Beroep binnen zes weken na verzending.

Uitkomst: Het beroep van de gemeente Nijmegen wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een besluit van het college van burgemeester en wethouders.

Uitspraak

Rechtbank Arnhem
Sector bestuursrecht
Registratienummer: AWB 04/1246
Uitspraak
ingevolge artikel 8:77 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in het geding tussen:
De gemeente Nijmegen, eiseres,
gevestigd te Nijmegen,
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, verweerder.
1. Aanduiding bestreden besluit
Besluit van verweerder van 28 april 2004.
2. Procesverloop
Bij besluit van 11 november 2003 heeft verweerder aan [X] (hierna: [X]) een uitkering ingevolge de Werkloosheidswet (WW) toegekend, welke met ingang van 1 oktober 2003 door het opleggen van een maatregel gedurende 26 weken wordt verminderd tot 35%.
Tegen dit besluit heeft eiseres op 8 december 2003 bezwaar gemaakt.
Bij het in rubriek 1 aangeduide besluit heeft verweerder het ingediende bezwaar ongegrond verklaard.
Tegen dit besluit is beroep ingesteld en door verweerder is een verweerschrift ingediend. Naar deze en de overige door partijen ingebrachte stukken wordt hier kortheidshalve verwezen.
Het beroep is behandeld ter zitting van de rechtbank van 3 december 2004. Eiseres heeft zich aldaar doen vertegenwoordigen door mr. W.J.M. Hendriks. Verweerder heeft zich doen vertegenwoordigen door mr. D.R. Abdoelhak.
Op 10 januari 2005 heeft de rechtbank besloten het onderzoek in onderhavige procedure te heropenen, waarna op 28 februari 2005 het beroep is behandeld ter zitting van de rechtbank. Eiseres heeft zich aldaar doen vertegenwoordigen door mr. W.J.M. Hendriks. Verweerder heeft zich aldaar niet doen vertegenwoordigen.
3. Overwegingen
In dit geding moet worden beoordeeld of het bestreden besluit de rechterlijke toetsing kan doorstaan.
Aan het bestreden besluit ligt ten grondslag dat verweerder van oordeel is dat de motivering van het besluit van 11 november 2003 voldoet aan de in de Awb gestelde eisen en dat derhalve geen sprake is van een onvoldoende gemotiveerd besluit. Voorts is verweerder van oordeel dat op goede gronden is besloten om [X] verminderd verwijtbaar werkloos te achten.
Eiseres heeft de juistheid van het bestreden besluit beargumenteerd bestreden, waarop hieronder, voor zover noodzakelijk, nader wordt ingegaan.
De rechtbank overweegt als volgt.
Allereerst merkt de rechtbank op dat gelet op de inhoud van het beroepschrift is beoogd om namens de gemeente Nijmegen beroep in te stellen tegen het besluit van verweerder van 28 april 2004, zodat de rechtbank in het onderhavige geding dan ook de gemeente aanmerkt als eisende partij.
Verweerder heeft blijkens het bestreden besluit de bezwaren van eiser- es ongegrond verklaard en daarmee impliciet ontvankelijk geacht. Alvorens over te gaan tot een inhoudelijke behandeling, zal de recht- bank ambtshalve hebben te bezien of verweerder eiseres terecht ontvangen heeft in haar bezwaar.
De rechtbank overweegt daartoe dat indien een werkgever eigenrisico- drager is voor de uitkering ingevolge de WW, hij belanghebbende is in de zin van artikel 1:2 van Pro de Awb en daarom bezwaar en beroep kan instellen tegen de toekenning van een uitkering aan een (ex-)werk- nemer.
Blijkens de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 27 maart 2003, RSV 2003/146, dient onder de werkgever te worden verstaan de natuurlijke persoon tot wie of het lichaam tot welk één of meer natuurlijke personen in dienstbetrekking staan. Bij besluiten als onderhavige is de gemeente als publiekrechtelijk rechtspersoon de werkgever en derhalve belanghebbende in de zin van artikel 1:2 van Pro de Awb.
Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder derhalve eiseres terecht ontvankelijk geacht in haar bezwaar.
Nu de gemeente Nijmegen aangemerkt dient te worden als belanghebbende in het onderhavig geschil, ziet de rechtbank zich vervolgens voor de vraag gesteld of bevoegdelijk beroep is ingesteld.
Uit de gedingstukken blijkt dat op 8 december 2003 namens het College van burgemeester en wethouders, ondertekend door de burgemeester en de secretaris, bezwaar is gemaakt tegen het besluit d.d. 11 november 2003, waarbij aan [X] een WW-uitkering is toegekend. Vervolgens is op 3 juni 2004 namens burgemeester en wethouders, ondertekend door de gemeentesecretaris ir. H.K.W. Bekkers, beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. Naar aanleiding van een schrijven van de rechtbank d.d. 16 november 2004 heeft mevrouw Dr. G. Ter Horst, burgemeester van de gemeente Nijmegen, op 16 november 2004 medegedeeld dat de gemeentesecretaris weliswaar formeel niet tekeningsbevoegd was, doch dat zij akkoord gaat met het gegeven dat de gemeentesecretaris namens het college van burgemeester en wethouders het beroepschrift heeft ondertekend.
Op grond van artikel 171, eerste lid, van de Gemeentewet is de burgemeester bevoegd om namens de krachtens publiekrecht ingestelde rechtspersoon, de gemeente, bezwaar te maken of beroep in te stellen. Nu de burgemeester het ingestelde beroep heeft bekrachtigd bij schrijven van 16 november 2004, is naar het oordeel van de rechtbank hieraan voldaan.
Gelet op het bepaalde in artikel 160, eerste lid sub f, van de Gemeentewet dient aan het instellen van beroep een besluit van het college van burgemeester en wethouders ten grondslag te liggen.
De rechtbank is noch uit de gedingstukken noch uit hetgeen ter zitting is verklaard gebleken dat een besluit op grond van voornoemd artikel is genomen.
Nu aan het instellen van beroep geen besluit daartoe van het college van burgemeester en wethouders ten grondslag ligt, dient het beroep, mede op grond van vaste jurisprudentie van de Centrale Raad van Beroep (onder meer LJN: AP4563), niet ontvankelijk te worden verklaard.
De rechtbank acht geen termen aanwezig over te gaan tot een proceskostenveroordeling als bedoeld in artikel 8:75 van Pro de Awb.
Het hiervoor overwogene leidt de rechtbank tot de volgende beslissing.
4. Beslissing
De rechtbank
verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Aldus gegeven door mr. W.F. Bijloo, rechter, in tegenwoordigheid van mr. J.M.M.B. van Eeten, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 4 mei 2005.
De griffier, De rechter,
Tegen deze uitspraak staat voor belanghebbenden, behoudens het bepaalde in artikel 6:24 juncto Pro 6:13 van de Awb, binnen 6 weken na de dag van verzending hiervan, hoger beroep open bij de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.
Verzonden op: