Uitspraak
RECHTBANK Amsterdam
1.[eiser 1] ,
2.
[eiser 2],
1.[gedaagde 1] ,
2.
[gedaagde 2],
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Amsterdam
Eisers zijn sinds 2005 eigenaar van Perceel 1 en gedaagden sinds 2022 eigenaar van Perceel 2, gescheiden door een coniferenhaag met een boom ernaast. Het Kadaster voerde in 2022 een grensreconstructie uit waaruit blijkt dat de erfgrens door het midden van de boom loopt, niet onder de haag.
Eisers vorderen dat de rechtbank vaststelt dat zij eigenaar zijn van het volledige Perceel 1 en dat de erfgrens exact loopt volgens de kadastermeting, met ontruiming van de grondstrook in geschil door gedaagden. Gedaagden betwisten dit en beroepen zich op verjaring, stellende dat zij bezit hebben over de grondstrook.
De rechtbank oordeelt dat het wettelijk vermoeden van artikel 5:36 BW Pro geldt dat de erfgrens in het midden van de afscheiding ligt, en dat eisers met het kadasterrelaas tegenbewijs hebben geleverd. Het beroep op verjaring faalt omdat het bezit van gedaagden niet ondubbelzinnig en openbaar was, en periodiek onderhoud onvoldoende is om bezit te bewijzen.
De rechtbank verklaart voor recht dat eisers eigenaar zijn van het volledige perceel conform de kadastergrens, veroordeelt gedaagden tot ontruiming van de grondstrook, het niet hinderen bij het plaatsen van een hek, betaling van een dwangsom en proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: De erfgrens wordt vastgesteld conform de kadastergrens, gedaagden moeten de grondstrook ontruimen en proceskosten betalen.