Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER
the Regional Court in Gliwice, Polen (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:
1.Procesgang
2.Identiteit van de opgeëiste persoon
3.Grondslag en inhoud van het EAB
upheld by the sentence issued by the Regional Court in Gliwicevan 8 augustus 2023, met referentie VI Ka 365/23 (hierna: arrest I);
upheld by the sentence issued by the Regional Court in Gliwicevan 8 maart 2022, met referentie: VI Ka 107/22 (hierna: arrest II).
4.Weigeringsgrond als bedoeld in artikel 12 OLW Pro
Khuzdar. [5] De rechtbank overweegt dat uit dit arrest volgt dat de in artikel 12, sub b, OLW opgenomen bepaling dat “
de verdachte op de hoogte was van het voorgenomen proces” aldus moet worden uitgelegd dat vereist is dat de verdachte in kennis is gesteld van het tijdstip en de plaats van het proces dat tot zijn veroordeling heeft geleid.
Khuzdar-arrest, voldaan moet zijn aan het vereiste dat de opgeëiste persoon in kennis is gesteld van het tijdstip en de plaats van het proces dat tot zijn veroordeling heeft geleid. De rechtbank vindt daarbij het volgende van belang.
5.Strafbaarheid
eenvoudige belediging;
opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, beschadigen;
telkens: eenvoudige belediging, terwijl de belediging wordt aangedaan aan een ambtenaar gedurende de rechtmatige uitoefening van zijn bediening, meermalen gepleegd;
mishandeling;
eenvoudige belediging, terwijl de belediging wordt aangedaan aan een ambtenaar gedurende de rechtmatige uitoefening van zijn bediening;
6.Artikel 11 OLW Pro: artikel 47 van Pro het Handvest van de grondrechten van de EU
7.Slotsom
8.Toepasselijke wetsbepalingen
9.Beslissing
[de opgeëiste persoon]aan
the Regional Court in Gliwice, Polen, voor de feiten zoals die zijn omschreven in onderdeel e) van het EAB.