Uitspraak
gemachtigde: mr. J.N.A. Dijkman,
1.1. De procedure
- het proces-verbaal van de mondelinge behandeling van 3 juni 2026 waarin is opgenomen dat verzoeker de rechter wraakt;
- de aantekeningen van de griffier van die mondelinge behandeling.
2.De feiten
De kantonrechter wijst, gehoord partijen, het verzoek van de gemachtigde van [verzoeker] tot aanhouding van de zaak af. De gemachtigde deelt daarop mee dat hij de kantonrechter dan moet wraken.
Na een korte schorsing vraagt de kantonrechter of het klopt dat de wrakingsgrond is: “U wilt de behandeling van deze zaak niet aanhouden in afwachting van de beslissing van uw collega kantonrechter op het verzoekschrift tot het houden van een voorlopig getuigenverhoor, welke beslissing is bepaald op 23 juni 2026”. De gemachtigde verklaart
3.Het verzoek en de gronden daarvan
4.4. De gronden van de beslissing
4.3 Het verzoek tot wraking is dus kennelijk ongegrond en zal worden afgewezen. Een mondelinge behandeling kan achterwege blijven.
- wijst het verzoek tot wraking af;
- bepaalt dat de procedure met zaaknummer / rekestnummer 12112489 / EA VERZ 26-220 wordt hervat in de stand waarin deze zich bevond ten tijde van de indiening van het wrakingsverzoek.
I.M. Bilderbeek, leden, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 11 juni 2026.