Uitspraak
RECHTBANK Amsterdam
1.De procedure
- de dagvaarding van 7 juli 2025, met producties,
- de eis in incident van 27 augustus 2025, met producties,
- het antwoord in incident van 10 september 2025, met producties,
- de conclusie van antwoord, met producties,
- het tussenvonnis van 21 januari 2026, waarbij een mondelinge behandeling is bepaald,
- het B2 formulier waarbij mr. [gemachtigde 2] zich heeft onttrokken als advocaat van [gedaagde] ,
- de akte overlegging producties 17 t/m 27 aan de zijde van [eiser] ,
2.De feiten
- aanbetaling voor toekomstig werk van € 20.000 asap – maaruiterlijk3 weken voor de geplande zittingsdatum – om opgeschorte werkzaamheden te kunnen hervatten (daarna starten we weer).
- 50% openstaande hoofdsom ad € 85.374,55 uiterlijk op 28 februari 2025.
- 50% overige deel openstaande hoofdsom ad € 85.374,55 uiterlijk op 31 maart 2025.
- vergoeding rente op 31 maart 2025 over vertraging voldoening (marktconform b2b). (…)”
3.Het geschil
4.De beoordeling
repeat playeris als het gaat om juridische bijstand. De rechtbank is het dan ook eens met [eiser] dat [gedaagde] de overeenkomst met [eiser] is aangegaan in het kader van haar reguliere bedrijfsactiviteiten.
Voor het overige zijn geen omstandigheden naar voren gebracht die maken dat het beding in dit geval onredelijk bezwarend is. Dit betekent dat het door [gedaagde] gedane beroep op vernietiging niet slaagt en dat artikel 13 van Pro de algemene voorwaarden gewoon van toepassing is op de overeenkomst.