Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBAMS:2026:596

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
21 januari 2026
Publicatiedatum
28 januari 2026
Zaaknummer
C/13/764758/HAZA 25-520
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Op tegenspraak
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:119 BWAanbestedingswet 2012
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Uitleg uitstelvereisten aanbesteding en gunning schilderwerk AHK

De Amsterdamse Hogeschool voor de Kunsten (AHK) schreef een openbare aanbesteding uit voor schilderwerk aan haar monumentale panden. De eis was dat de opdrachtnemer over een ERM-certificaat moest beschikken, een certificaat dat kwaliteit voor monumentenzorg garandeert. De AHK stelde dat dit certificaat uiterlijk 12 maanden na definitieve gunning behaald moest zijn.

De eiser, een schildersbedrijf dat tweede werd in de gunningsbeslissing, stelde dat de eerste inschrijver niet tijdig aan deze eis voldeed en dat de opdracht daarom aan hem gegund had moeten worden. De rechtbank interpreteerde de aanbestedingsdocumentatie en de nota van inlichtingen en concludeerde dat de termijn van 12 maanden aanvangt bij definitieve gunning, niet bij inschrijving.

De eerste inschrijver behaalde het ERM-certificaat binnen de gestelde termijn, waardoor de AHK niet onrechtmatig handelde door de opdracht aan deze partij te gunnen. De vorderingen van eiser werden afgewezen en hij werd veroordeeld in de proceskosten.

Uitkomst: De rechtbank oordeelt dat de AHK de opdracht terecht aan de eerste inschrijver heeft gegund en wijst de vorderingen van eiser af.

Uitspraak

RECHTBANK Amsterdam

Civiel recht
Zaaknummer: C/13/764758 / HA ZA 25-520
Vonnis van 21 januari 2026
in de zaak van
[eiser] B.V.,
te [woonplaats] ,
eisende partij,
hierna te noemen:
[eiser],
advocaat: mr. D. Plana,
tegen
STICHTING AMSTERDAMSE HOGESCHOOL VOOR DE KUNSTEN,
te Amsterdam,
gedaagde partij,
hierna te noemen:
de AHK,
advocaat: mr. E-J. van der Doe.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 7 februari 2025, met producties,
- de conclusie van antwoord, met producties,
- het tussenvonnis van 23 juli 2025, waarin een mondelinge behandeling is bepaald en
- het verkort proces-verbaal van de mondelinge behandeling van 10 december 2025.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De feiten

2.1.
[eiser] is een schildersbedrijf. De AHK is een instelling voor hoger beroepsonderwijs die zich richt op opleidingen in theater, dans, muziek, film, cultureel erfgoed, bouwkunst en kunsteducatie. De AHK is eigenaar en huurder van diverse (monumentale) panden in Amsterdam.
2.2.
Op 15 maart 2023 heeft de AHK een voorgenomen opdracht voor schilderwerk aan de gebouwen van de AHK gepubliceerd op het platform ‘Tenderned’. Deze schilderopdracht moest worden verleend in een openbare aanbestedingsprocedure. Bij de publicatie op Tenderned heeft de AHK de aanbestedingsdocumentatie gevoegd. Uit deze documentatie bleek aan welke vereisten de opdrachtnemer moest voldoen om in aanmerking te komen voor de opdracht.
2.3.
Op 12 april 2023 heeft de AHK een nota van inlichtingen gepubliceerd. In deze nota van inlichtingen heeft de AHK vragen beantwoord van potentiële inschrijvers.
2.4.
De inschrijving voor de opdracht is op 9 mei 2023 gesloten. Drie partijen hebben zich voor de opdracht ingeschreven. Op 6 juni 2023 heeft de AHK de gunningsbeslissing bekend gemaakt aan de betrokken partijen. Zij heeft [eiser] medegedeeld dat [eiser] op de tweede plek is geëindigd. [naam] is op de eerste plek geëindigd.
2.5.
Op 15 juli 2023 heeft de AHK de overeenkomst van opdracht met [naam] ondertekend en werd de opdracht definitief gegund aan [naam] . Op 15 juni 2024 heeft [naam] het in de aanbesteding geëiste ERM-certificaat gehaald.

3.Het geschil

3.1.
[eiser] vordert - samengevat - bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad:
- primair: dat de rechtbank de AHK gebiedt om de overeenkomst met [naam] te beëindigen en de opdracht alsnog te gunnen aan [eiser] , met veroordeling van de AHK tot betaling van een schadevergoeding bestaande uit de gederfde winst vanaf 9 mei 2024, nader op te maken bij staat, en een dwangsom op te leggen van € 20.000,00 per dag met een maximum van € 1.000.000,00 als de AHK de overeenkomst met [naam] niet beëindigt en de opdracht niet aan [eiser] gunt;
- subsidiair: dat de rechtbank voor recht verklaart dat de AHK aansprakelijk is voor de schade die [eiser] heeft geleden door het onrechtmatig handelen van de AHK en de AHK veroordeelt tot het betalen van schadevergoeding op te maken bij staat;
- primair en subsidiair: dat de rechtbank de AHK veroordeelt in de kosten van deze procedure, te vermeerderen met wettelijke rente.
3.2.
[eiser] baseert de eis op het volgende. [naam] heeft niet tijdig voldaan aan de geschiktheidseisen die voor deze aanbesteding golden. De AHK had de opdracht op basis van de Aanbestedingswet 2012 daarom niet aan [naam] mogen gunnen. Omdat [eiser] als tweede is geëindigd in de gunningsbeslissing had de opdracht daarna aan [eiser] gegund moeten worden. De AHK moet dit alsnog doen. Als de opdracht niet alsnog aan [eiser] wordt gegund, heeft de AHK daarmee onrechtmatig gehandeld tegenover [eiser] en moet de AHK de daardoor geleden schade aan [eiser] vergoeden.
3.3.
De AHK voert verweer. De AHK concludeert tot niet-ontvankelijkheid van [eiser] , dan wel tot afwijzing van de vorderingen van [eiser] , met uitvoerbaar bij voorraad te verklaren veroordeling van [eiser] in de kosten van deze procedure en rente.
3.4.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

4.De beoordeling

4.1.
Partijen zijn het niet eens over de vraag of [naam] tijdig heeft voldaan aan de uitvoeringsvereisten die golden voor de aanbesteding door de AHK. Dit is van belang omdat [eiser] vindt dat als [naam] niet tijdig aan de vereisten voldeed, de AHK de opdracht aan [eiser] had moeten gunnen. De rechtbank is van oordeel dat [naam] tijdig heeft voldaan aan de uitvoeringsvereisten en de AHK niet onrechtmatig heeft gehandeld tegenover [eiser] .
Voor de aanbesteding gold het vereiste van een ERM-certificaat
4.2.
In de aanbestedingsleidraad die de AHK op Tenderned heeft gepubliceerd staan eisen vermeld aan de technische bekwaamheid van de inschrijver. Tussen deze geschiktheidseisen staat in een bulletpoint vermeld
‘Erkende Restauratiekwaliteit Monumentenzorg (ERM)’. In de bulletpoint wordt verder uitgelegd wat het ‘ERM-certificaat’ inhoudt. Bedrijven waaraan een ERM-certificaat is verleend, leveren een bepaalde kwaliteit schilderwerk die geschikt is voor het onderhoud aan rijks- en gemeentelijke monumenten. In de tekst staat niet letterlijk vermeld dat de inschrijver moet beschikken over een ERM-certificaat. De rechtbank gaat ervan uit dat de AHK heeft bedoeld om als uitvoeringseis te stellen dat de opdrachtnemer moest beschikken over een ERM-certificaat. De rechtbank leidt dat af uit de bewoordingen van de aanbestedingsdocumentatie.
4.3.
Volgens vaste rechtspraak [1] moet aanbestedingsdocumentatie naar objectieve betekenis worden uitgelegd, waarbij met name wordt gekeken naar de bewoording van de stukken. In dit geval staat de tekst over het ERM-certificaat opgenomen onder het kopje ‘
Geschiktheidseisen’.Daarnaast zijn in de nota van inlichtingen diverse vragen gesteld over het vereiste van het ERM-certificaat. De vragenstellers hebben geïnformeerd naar andere mogelijkheden om aan te tonen dat de inschrijver voldeed aan voldoende technische bekwaamheid. Telkens heeft de AHK hierop geantwoord met
‘Opdrachtgever houdt vast aan de gestelde eis’. Gelet hierop gold als vereiste voor deze aanbesteding dat de opdrachtnemer in het bezit moest zijn van een ERM-certificaat.
Een opdrachtnemer mocht ook uiterlijk 12 maanden na definitieve gunning over het ERM-certificaat beschikken
4.4.
Tussen partijen is in geschil wanneer [naam] over het ERM-certificaat moest beschikken. Volgens [eiser] moest dit 12 maanden na de
inschrijvingop de opdracht. Volgens de AHK moest dit 12 maanden na de
gunningvan de opdracht. In de nota van inlichtingen staat vermeld dat het voor de AHK akkoord was als de inschrijver binnen 12 maanden alsnog in het bezit zou zijn van een ERM-certificaat. In dit antwoord van de AHK staat niet vermeld vanaf welk moment deze termijn van 12 maanden aanvangt. Omdat in dit antwoord helemaal niets is vermeld over de aanvang van de termijn kunnen de bewoordingen niet leiden tot de conclusie dat de termijn bij inschrijving of bij gunning zou aanvangen.
4.5.
Daarom let de rechtbank voor de uitleg van dit voorschrift op de aannemelijkheid van de (rechts)gevolgen van de verschillende interpretaties. De rechtbank vindt het in dat licht aannemelijk dat de termijn aanvangt vanaf het moment van definitieve gunning. De AHK heeft onweersproken toegelicht dat het doel van de termijn was om de kring van potentiële gegadigden te verbreden. Gelet op het specialistische karakter van het certificaat, zullen er meer opdrachtnemers zijn die het certificaat bij inschrijving nog niet hebben, maar zich wel kunnen kwalificeren voor het certificaat. Op het moment dat zou gelden dat het ERM-certificaat 12 maanden na
de inschrijvingzou moeten zijn verkregen, zou dit tot gevolg hebben dat elke inschrijver zich voor een dergelijk certificaat zou moeten aanmelden. Dat komt omdat het verkrijgen van het ERM-certificaat een langdurig traject is. De mogelijkheid om het certificaat na gunning te halen maakt voor de AHK alleen verschil op het moment dat de termijn 12 maanden vanaf definitieve gunning zou zijn. Dat zorgt er namelijk voor dat de groep potentiële opdrachtnemers groter wordt, aangezien de inschrijver het certificaat nog niet hoeft te hebben, maar wel zal moeten verkrijgen.
[naam] beschikte tijdig over het benodigde certificaat
4.6.
Na de definitieve gunning had [naam] dus nog 12 maanden de tijd om het ERM-certificaat te verkrijgen. De definitieve gunning heeft plaatsgevonden op 15 juli 2023. [naam] heeft het ERM-certificaat op 15 juni 2024 verkregen. [naam] heeft daarmee voldaan aan de geschiktheidseisen die golden voor de aanbesteding. Dit betekent dat de AHK de opdracht niet hoeft in te trekken en aan [eiser] hoeft te gunnen. Het betekent ook dat de AHK niet in strijd heeft gehandeld met het aanbestedingsrecht en daardoor niet onrechtmatig heeft gehandeld. De rechtbank wijst de vorderingen van [eiser] af.
[eiser] moet de proceskosten betalen
4.7.
[eiser] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van de AHK worden begroot op:
- griffierecht
714,00
- salaris advocaat
1.228,00
(2 punten × € 614,00)
- nakosten
178,00
(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
2.120,00
4.8.
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.

5.De beslissing

De rechtbank
5.1.
wijst de vorderingen van [eiser] af,
5.2.
veroordeelt [eiser] in de proceskosten van € 2.120,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 92,00 plus de kosten van betekening als [eiser] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
5.3.
veroordeelt [eiser] tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,
5.4.
verklaart dit vonnis wat betreft de kostenveroordelingen onder 5.2 en 5.3 uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. F.L. Bolkestein, rechter, bijgestaan door mr. H. van Nieuwenhuizen-van Cadsand, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 21 januari 2026.

Voetnoten