Uitspraak
Vonnis van 21 mei 2026
WONINGSTICHTING EIGEN HAARD,
[gedaagde],
Verloop van de procedure
Gronden van de beslissing
Besluit Gemeentelijke Schuldhulpverlening
Het gehuurde is uitsluitend bestemd om te worden gebruikt als woonruimte ten behoeve van huurder (en leden van zijn gezin)” in de huurovereenkomst en op de artikelen 10.3, 10.11, 10.12 en 10.13 van de algemene voorwaarden. Voor zover de vorderingen op deze bepalingen zijn gebaseerd zal de kantonrechter die toetsen:
- Bestemming (huurovereenkomst). Deze bepaling legt de bestemming van het gehuurde vast en is niet oneerlijk.
- Inschrijven basisadministratie (10.3). Dit artikel bepaalt dat huurder zich moet inschrijven in de gemeentelijke basisadministratie op de woning. Deze bepaling is niet oneerlijk.
- Gehele onderverhuur woning (10.11). Dit artikel verbiedt gehele onderhuur van het gehuurde of het in gebruik aan derden afstaan. Als huurder hiermee in strijd handelt is hij verhuurder een boete verschuldigd van € 5.000,-. Deze bepaling is niet oneerlijk, behoudens de boetebepaling. Eiseres vordert in deze zaak echter geen boete, waardoor dit in deze zaak niet relevant is.
- Gedeeltelijke onderverhuur woning (10.12). Dit artikel verbiedt gedeeltelijke onderhuur van het gehuurde of het in gebruik aan derden afstaan zonder toestemming van de verhuurder. Deze bepaling is niet oneerlijk.
- Meewerken aan onderzoek (10.13). Dit artikel bepaalt kort gezegd dat de huurder verplicht mee moet werken aan onderzoek bij vermoedens van onderhuur of ingebruikgeving. De bewijslast ligt bij de huurder. Dit artikel wordt niet oneerlijk bevonden, behoudens de in de bepaling opgenomen bewijslastomkering. In dat kader wordt verwezen naar wat hiervoor onder rechtsoverweging 7. - 12. is overwogen.