Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER
the Prosecutor General’s Office of the Republic of Latvia, Letland (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:
1.Procesgang
2.Identiteit van de opgeëiste persoon
4.Artikel 11 OLW Pro: Letse detentieomstandigheden
Chief Colonelvan
the Department of Imprisonment Institutionsde volgende informatie verstrekt:
With regard to your 1st question: "Could you inform us where Mr [De opgeëiste persoon] will most likely be detained?", the Department would like to note that information on this matter has been provided previously – in our response No. N-1-2026-001919 of 28 January 2026 "On the provision of information".
Upgrade of the training programs to the Department's staff by training content based on the findings set out in the Judgment of the European Court of Human Rights.
Improvement of staff working conditions:
Launch of a pilot project to introduce a model of a contact persons system in one of the prisons, namely, the pilot project trial run was done in Riga Central Prison.
Opening of the new Liepaja Prison.
Adoption of new internal prison regulations by the Cabinet, including by restricting the possibilities for illegal means of communication to reach a prison.
Initiation of the process to amend Section 309 of the Criminal Law, providing criminal liability for bringing unauthorised means of communication into prisons.”
Chief Colonelvan
the Department of Imprisonment Institutionsonder andere de volgende informatie verstrekt:
The Department informs that the concerned person in case of extradition initially will be placed in Rīga Central Prison Investigation Prison Unit.
ML [5] - in haar beoordeling van de Letse detentieomstandigheden alleen de
Rīga Central Prison Investigation Prison Unitmoet onderzoeken. De aanvullende informatie van 11 maart 2026 en 30 maart 2026 geeft geen aanleiding om te oordelen dat de opgeëiste persoon al binnen een heel korte termijn na zijn aankomst in Letland naar een andere detentie-instelling dan de detentie-instelling in Riga zal worden overgeplaatst. De rechtbank is echter van oordeel dat de aanvullende informatie van 11 maart 2026 en 30 maart 2026 geen antwoord geeft op de cruciale vraag naar de concrete bescherming van de opgeëiste persoon tegen geweld en andere negatieve gevolgen van het kastenstelsel indien hij in Letland in detentie wordt geplaatst. De detentiegarantie blijft van algemene aard en ziet niet of nauwelijks op de concrete situatie van de opgeëiste persoon. Er wordt onvoldoende informatie verschaft over eventuele proactieve maatregelen die binnen de detentie-instelling van Riga worden genomen om de gevaren zoals genoemd in het CPT-rapport [6] , waaronder de in punten 45 tot 60 van dat rapport omschreven vernederende aspecten van het kastenstelsel [7] , tegen te gaan. Voor zover is verwezen naar de zes maatregelen in het
“action plan”, blijkt niet in hoeverre de implementatie van deze maatregelen inmiddels een concreet effect hebben gehad op de negatieve aspecten van het kastenstelsel. De garantie dat in de
Rīga Central Prison Investigation Prison Unitregelmatig inspecties worden uitgevoerd, de opgeëiste persoon 24 uur per dag wordt gemonitord en zal worden overgeplaatst bij een bedreiging, was al uitgebreid beschreven in de eerder verstrekte informatie over de detentieomstandigheden, en kan daarom niet gelden als een gewijzigde omstandigheid als bedoeld in artikel 11, tweede lid, OLW.