Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 14 april 2026 in de zaak tussen
[eiseres] , uit [plaats] , eiseres
de Dienst Toeslagen, verweerder
Samenvatting
Procesverloop
P. Cuijpers en de gemachtigde van verweerder.
Beoordeling door de rechtbank
16 november 2013 aanvullende informatie heeft opgevraagd om de aanvraag kinderopvangtoeslag over 2012 en 2013 te kunnen vaststellen. De rechtbank merkt dit aan als een gebruikelijke opvraag van informatie en niet als vooringenomen handelen. Dat nadien nog nader onderzoek is gedaan, maakt dit niet anders en leidt ook niet tot de conclusie dat sprake is geweest van vooringenomen handelen.
€ 25.978. Bij besluit van 21 oktober 2014 is de kinderopvangtoeslag verder verlaagd naar
5 augustus 2016 definitief beschikt op € 25.609. Verweerder heeft toegelicht dat de kinderopvangtoeslag gewijzigd is omdat er minder opvanguren zijn afgenomen. De hoogte van de kinderopvangtoeslag is vastgesteld aan de hand van het aantal opvanguren, het uurtarief en het toetsingsinkomen. Verweerder heeft op 24 januari 2015 om aanvullende informatie verzocht. Deze informatie is opgevraagd om de kinderopvangtoeslag 2014 en 2015 te kunnen vaststellen. Dit verzoek betreft een reguliere opvraag van informatie. De rechtbank ziet geen aanwijzing voor vooringenomen handelen. Dat nadien nog onderzoek is gedaan, maakt dit niet anders.
24 januari 2015, 12 oktober 2016, 28 november 2016, 2 januari 2017 en 31 januari 2017 verzocht om informatie. De kinderopvangtoeslag is op 27 december 2014 beschikt op
€ 24.093 en op 21 april 2015 op € 40.688. Op basis van de reacties op verzoeken om informatie is de kinderopvangtoeslag op 31 maart 2017 beschikt op € 30.101 en vervolgens, na bezwaar van eiseres, op 12 juni 2017 op € 40.839.
31 december 2015 studeerde, waarna de kinderopvangtoeslag over 2015 is bepaald op
€ 40.839. Volgens verweerder is geen sprake van het opvragen van buitensporig veel documenten, gevolgd door een zerotolerance-onderzoek.
€ 10.000 lager is vastgesteld dan daarvoor, betekent evenmin dat verweerder daarbij vooringenomen gehandeld heeft. Drie maanden later heeft verweerder, na bezwaar, de kinderopvangtoeslag weer naar boven bijgesteld. Eiseres heeft ook niet gesteld dat in de tussenliggende maanden kinderopvangtoeslag is teruggevorderd. De slotsom is dat niet aannemelijk is geworden dat bij de vaststelling van de kinderopvangtoeslag over 2015 vooringenomen is gehandeld.
ex-echtgenoot een fraudemelding heeft gedaan, maar dit wist zij toen niet. Op
21 juli 2018 werd de kinderopvangtoeslag verlaagd van € 44.819,- naar € 27.812,- en er was een terugvordering van € 17.726,- met een betalingsverplichting van € 739,- per maand. Dit was voor eiseres volstrekt niet haalbaar.
24 maart 2018.
4 januari 2020 dat verweerder zonder verdere navraag te doen en met voorbij gaan aan de ingediende stukken het recht op toeslag voor dit jaar heeft beperkt tot de periode januari tot en met augustus 2017. Dit levert vooringenomen handelen op. Vanaf de eerste vraagbrief in augustus 2019 tot en met het besluit op bezwaar van 9 maart 2022 heeft eiseres in onzekerheid verkeerd over haar recht op toeslag over de periode augustus tot en met december 2017 en de terugvordering die dit met zich mee zou brengen als zij over die periode geen recht op kinderopvangtoeslag zou hebben.
18 april 2018 heeft de ex-partner van eiseres voor het eerst een melding van toeslagenfraude gedaan bij verweerder. Op 23 januari 2019 heeft de ex-partner verweerder gebeld dat het niet klopt dat hij aan de [universiteit 1] gestudeerd heeft. Verder heeft DUO op 11 april 2019 aan verweerder doorgegeven dat er voor eiseres geen inschrijving bekend is voor schooljaar 2017/2018 bij [universiteit 2] . Voor de ex-partner van eiseres is geen inschrijving bekend voor schooljaar 2016/2017. Vervolgens heeft verweerder op 5 augustus 2019 verzocht om nadere informatie bij eiseres, om te beoordelen of eiseres nog recht heeft op toeslag. Op 4 januari 2020 heeft verweerder eiseres geïnformeerd dat zij voor de periode januari tot en met augustus 2017 aanspraak kan maken op kinderopvangtoeslag. Op basis van gegevens over het aantal gewerkte uren is de kinderopvangtoeslag over 2017, 2018 en 2019 aangepast. Eiseres ontvangt hierover, aldus het besluit, nog een definitieve berekening. Eiseres heeft hiertegen bezwaar gemaakt. In het informatie- en beoordelingsformulier staat bij de datum 11 maart 2020 dat verweerder naar aanleiding van een fraudemelding van de ex-partner op 31 januari 2019 een nader onderzoek heeft ingesteld. Daarbij is ook vermeld dat de kinderopvangtoeslag 2017-2019 is gewijzigd aan de hand van het aantal gewerkte uren en mededeling burger (eiseres). Op 3 december 2021 heeft verweerder beslist op het bezwaar van eiseres en op 9 maart 2022 is de kinderopvangtoeslag voor 2017 definitief beschikt op € 55.766.
9 maart 2022 is de kinderopvangtoeslag definitief vastgesteld op € 54.432,-. In de tussentijd heeft eiseres in onzekerheid verkeerd. Dit alles duidt volgens eiseres op vooringenomen handelen.
22 mei 2018 niet op de juiste wijze aan haar bekend is gemaakt. Op het moment van bekendmaking van het besluit stond eiseres nog ingeschreven in de Basisregistratie personen (Brp) op het adres van de ex-partner. Het kan verweerder daarom niet worden toegerekend dat eiseres het besluit niet heeft ontvangen. De rechtbank kan zich voorstellen dat het voor eiseres frustrerend is geweest dat haar bezwaar vervolgens niet-ontvankelijk is verklaard, maar of dit terecht is geweest ligt in deze procedure niet voor. Ook is niet gebleken dat eiseres beroep heeft ingesteld tegen de beslissing op bezwaar van
12 september 2018, waarbij het bezwaar van eiseres tegen de voorschotbeschikking over 2018 niet-ontvankelijk is verklaard. De gang van zaken met betrekking tot de verzending van het besluit heeft naar het oordeel van de rechtbank niet plaatsgevonden op basis van vooringenomenheid.
3 december 2018 en 12 december 2018. Onduidelijk is wat de precieze reden is. Op
21 februari 2019 is een voorschot toegekend van € 49.364. Door de late uitbetaling is bij eiseres ook weer een achterstand ontstaan begin 2019, bovenop de grote achterstand voor 2018. Vervolgens zijn weer herhaalde vraagbrieven gestuurd en dus een brede uitvraag. Op 28 januari 2020 is een groot bedrag van € 36.864 teruggevorderd. Het zonder voldoende uitvraag en zonder hoor en wederhoor zo drastisch wijzigen van de kinderopvangtoeslag levert aldus eiseres vooringenomen handelen op.
23 december 2019. Deze meldingen betreffen het aantal gewerkte uren en het aantal afgenomen opvanguren. Dat de kinderopvangtoeslag als gevolg hiervan is aangepast, levert geen vooringenomen handelen op.
€ 2.000,-. De rechtbank heeft binnen anderhalf jaar uitspraak gedaan. De volledige termijnoverschrijding is daardoor aan verweerder toe te rekenen. Daarom veroordeelt de rechtbank verweerder tot vergoeding van de immateriële schade tot een bedrag van
€ 2.000,-.
€ 467,- (waarde van een punt van € 934,- met een wegingsfactor 0,5). Verweerder moet deze vergoeding betalen.
Conclusie en gevolgen
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- veroordeelt verweerder tot het betalen van een immateriële schadevergoeding aan eiseres van € 2.000,-;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiseres tot een bedrag van € 467,-.
mr.C.J. van ‘t Hoff, griffier.