Eiser, een zeevarende die van 1998 tot 2007 voor een Nederlandse werkgever werkte, vordert erkenning van AOW-verzekering voor de periode 1998-2004. Verweerder kende hem AOW toe vanaf 2020 op basis van vier verzekerde jaren, waarbij de periode 1998-2004 niet als verzekerd werd beschouwd.
De rechtbank oordeelt dat voor de periode vóór 1 mei 2004, toen Polen nog geen EU-lid was, het Nederlandse recht geldt. Volgens de AOW is verzekering afhankelijk van ingezetenschap, waarbij ingezetene is wie in Nederland woont met een duurzame persoonlijke band. Hoewel eiser regelmatig op een Nederlands schip verbleef, was er geen duurzame band met Nederland: hij stond niet ingeschreven in Nederland, had geen verblijfsvergunning, zijn gezin woonde in Polen en hij had geen woning in Nederland.
De rechtbank wijst ook het beroep af dat verblijf op een schip met Nederlandse thuishaven gelijkstaat aan wonen in Nederland. Daarnaast is werken aan boord van een Nederlands schip geen arbeid in Nederland voor AOW-doeleinden. Omdat eiser geen vrijwillige verzekering heeft afgesloten, is hij voor de periode 1998-2004 niet verzekerd. Het beroep wordt ongegrond verklaard en het bestreden besluit blijft in stand.