3.1Inleiding
De rechtbank verwijst in dit kader allereerst naar haar overweging in paragraaf 6 van de tussenuitspraak van 12 maart 2026. De overwegingen in deze paragraaf moeten hier eveneens als herhaald en ingelast worden beschouwd.
In de tussenuitspraak van 12 maart 2026 heeft de rechtbank onder meer geoordeeld dat de in deze zaak verstrekte informatie het voor de rechtbank niet duidelijk maakt wat de precieze grondslag is van het EAB, aangezien onder kenmerknummer 12 T 155/2024 sprake is van zowel een aanhoudingsbevel, een vonnis en een beslissing waarbij de executie van de eerder
voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf lijkt te zijn bevolen. Het is voor de rechtbank
niet duidelijk of, indien het EAB strekt tot de tenuitvoerlegging van de opgelegde
gevangenisstraf van zes maanden, de opgeëiste persoon gebruik heeft kunnen maken van zijn
verdedigingsrechten tijdens de procedure die tot het vonnis van 3 december 2024 heeft geleid.
De rechtbank heeft de volgende vragen geformuleerd:
1.
Welke beslissing(en) vorm(t)(en) de grondslag voor het overleveringsverzoek: het aanhoudingsbevel van 22 oktober 2025 en/of het vonnis van 3 december 2024 en/of het besluit van 9 september 2025?
2.
Is er sprake van een voor tenuitvoerlegging vatbaar vonnis?
a. Zo ja, welke beslissing is dit en staat tegen deze beslissing nog een rechtsmiddel open?
b. Zo ja, welk rechtsmiddel en binnen welke termijn moet dit rechtsmiddel worden aangewend?
c. Indien geen rechtsmiddel meer kan worden aangewend tegen deze beslissing en de beslissing onherroepelijk is, kunt u in dat geval onderdeel d) van het EAB invullen ten aanzien van het vonnis van 3 december 2024?
d. Indien de opgeëiste persoon niet aanwezig is geweest bij het proces dat tot het vonnis van 3 december 2024 heeft geleid, niet in persoon is opgeroepen en niet is vertegenwoordigd door een gemachtigde advocaat, kunt u dan aangeven of de opgeëiste persoon in een vooronderzoek door de politie is verhoord over het strafbare feit, en of hij een instructie heeft ontvangen waarbij hij is gewezen op de verplichting om adreswijzigingen door te geven en op de gevolgen van het nalaten daarvan?
e. Is de oproep voor de zitting vervolgens naar het opgegeven adres verstuurd?
3.
Is het besluit van 9 september 2025 de tenuitvoerleggingsbeslissing van de voorwaardelijke vrijheidsstraf die is opgelegd in het vonnis van 3 december 2024?
a)
Zo ja, wat is de reden geweest voor deze tenuitvoerleggingsbeslissing?
b)
Indien de reden is gelegen in het plegen van - of een veroordeling voor - een nieuw strafbaar feit, kunt u in dat geval onderdeel d) ten aanzien van de deze nieuwe veroordeling invullen?
Naar aanleiding van de tussenuitspraak van 12 maart 2026 heeft het Internationaal Rechtshulp Centrum (IRC) de door de rechtbank in de tussenuitspraak geformuleerde vragen gesteld aan de uitvaardigende justitiële autoriteit, die op 20 maart 2026 de volgende aanvullende informatie heeft verstrekt:
"(...)1. The Arrest warrant from 22 October 2025 forms the basis for the request for surrender.2. The judgement of 3 December 2024 is enforcaeble (de rechtbank begrijpt: enforceable) and there is no more legal remedy available against this judgement. The requested person was present in person when this decision was issued at the trial. By this decision, the defendant was sentenced only to a conditional prison sentence. Therefore, this judgement was not mentioned in the section b) of the EAW and the section d) of the EAW was not completed, because this judgement does not lead to immediate enforcement of a prison sentence.3. Yes, the decision from 9 September 2025 is a decision to enforce the conditional prison sentence, which was imposed by the judgement from 3 December 2024. However, this decision is not enforceable yet. And yes, the reason why the enforcement of the prison sentence was ordered is that the requested person commited (de rechtbank begrijpt: committed) and was convicted for a new criminal offense. By the judgement of the Municipal Court in Brno from 26 June 2025, ref. 90 T 90/2025, the reguested (de rechtbank begrijpt: requested) person was convicted of the crime of theft, which he committed on 10 January 2025."