Eiser, een 39-jarige man met psychische problemen zoals autisme en PTSS, vroeg om een urgentieverklaring vanwege de onleefbaarheid van zijn woning door hitte in combinatie met zijn medische situatie. Het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam wees deze aanvraag af op grond van een algemene weigeringsgrond, omdat eiser het huisvestingsprobleem zou moeten oplossen via andere passende voorzieningen, zoals het aanspreken van de verhuurder.
Eiser voerde aan dat hij drie keer per week onder behandeling is bij een tweedelijns psycholoog sinds januari 2023 en dat zijn situatie ernstig is, met mogelijk levensbedreigende gevolgen. Hij stelde ook dat het college onzorgvuldig was door geen medisch advies bij de GGD in te winnen.
De rechtbank oordeelde dat het college de regels correct heeft toegepast en dat de algemene weigeringsgrond terecht is toegepast. De rechtbank benadrukte dat de hardheidsclausule niet van toepassing is als een algemene weigeringsgrond geldt en dat behandeling bij een psycholoog niet voldoet aan de eis van minimaal zes maanden behandeling bij een tweedelijns specialist. Ook was eiser niet aannemelijk gemaakt dat het college onzorgvuldig heeft gehandeld.
Het beroep werd daarom ongegrond verklaard, met als gevolg dat eiser geen urgentieverklaring krijgt en geen proceskostenvergoeding ontvangt.