2.4.Uit het rapport van bevindingen aanvraag Bijzondere Doelgroepen van 4 april 2025 volgt onder meer dat de betreffende handhavingsmedewerkers een administratief vooronderzoek hebben gedaan en dossieronderzoek hebben verricht. Naar aanleiding hiervan is besloten om huis- en locatiebezoeken af te leggen. De rapporteur concludeert dat eiser niet is aangetroffen bij onaangekondigde, herhaalde bezoeken en telefonisch niet bereikbaar was. De medewerkers van de afdeling Handhaving hebben niet kunnen vaststellen of eiser tot de doelgroep Bijzondere Doelgroepen behoort en hebben daarom geadviseerd om de aanvraag af te wijzen.
3. Verweerder heeft de bevindingen uit de genoemde onderzoeken overgenomen. Met het primaire besluit is de aanvraag van eiser afgewezen omdat hij geen volledige inlichtingen heeft gegeven. Eiser is niet aangetroffen tijdens meerdere onaangekondigde bezoeken en hij heeft verzuimd verweerder te informeren waar hij wel verbleef. Het recht op bijstand kan daarom niet worden vastgesteld.
4. Met het bestreden besluit is het bezwaar van eiser ongegrond verklaard. Verweerder verwijst in zijn motivering naar de waarnemingen en locatiebezoeken die hebben plaatsgevonden. Volgens verweerder is de aanvraag van eiser terecht afgewezen. Bijstand wordt alleen verstrekt als duidelijk is dat iemand bijstandsbehoeftig is. Op eiser rust een medewerkingsplicht. Eiser moet meewerken en de juiste gegevens verstrekken die nodig zijn voor het bepalen van het recht op bijstand. De bewijslast ligt daarbij op eiser. In de situatie van eiser heeft verweerder niet kunnen vaststellen dat eiser op de door hem opgegeven adressen verbleef en hij was telefonisch niet bereikbaar. Het recht op bijstand kan niet met zekerheid worden vastgesteld nu de verblijfplaats van eiser niet duidelijk is en hij onvoldoende heeft meegewerkt aan het onderzoek.
5. Eiser voert aan dat zijn aanvraag ten onrechte is afgewezen. Volgens eiser heeft verweerder een te beperkt en onzorgvuldig onderzoek verricht naar zijn verblijfsadressen. Eiser voert daarnaast aan dat verweerder onvoldoende heeft gemotiveerd waarom zijn aanvraag om een bijstandsuitkering is afgewezen. Per uitgevoerde controle, voert hij het volgende aan:
25 maart 2025 om 09:28 uur:
Het [adres 2] is bezocht. Op verzoek van eiser is er niet aangebeld maar hebben verbalisanten met eiser gebeld. De telefoon ging een paar keer over en ging daarna naar de voicemail. Volgens eiser was de afspraak dat hij zich tot 08:00 uur op de opgegeven locatie zou bevinden.
26 maart 2025 om 06:51 uur:
Volgens de rapporteurs is de auto niet aangetroffen in de [adres 1] op genoemde datum en tijdstip. Er is echter niet onderzocht of de auto in de omgeving van de [adres 1] stond. Volgens eiser kan het voorkomen dat de auto in de omgeving staat als er geen parkeerplaats vrij is in de [adres 1] . Verder heeft verweerder eiser niet opgedragen gedurende de periode waarin het onderzoek werd verricht te allen tijde op een van de adressen te verblijven.
26 maart om 07:34 uur:
Het [adres 2] is bezocht. Er is telefonisch contact opgenomen met eiser. Eiser verbleef op dat moment in [plaats 2] bij een vriend. Eiser heeft de telefonische verbinding niet verbroken. De verbinding was niet goed. Hij kon niet terugbellen, omdat er anoniem is gebeld. De rapporteurs hebben vervolgens niet teruggebeld. Eiser heeft daarnaast kenbaar gemaakt dat hij op 27 maart 2025 op het [adres 2] aanwezig zou zijn. Hij is toen niet bezocht.
1 april 2025 om 06:43 uur:
De auto is niet aangetroffen in de [adres 1] , terwijl wel de hele straat is doorgereden.
1 april 2025 om 07:14 uur:
Het [adres 2] is bezocht. Dat eiser zijn telefoon niet heeft beantwoord, betekent niet dat hij niet op dit adres verbleef. Als hij eenmaal slaapt, kan het zijn dat hij zijn telefoon niet hoort. Hij is kortdurend anoniem gebeld. Hij kon dus niet terugbellen. Verweerder heeft niet betwist dat eiser anoniem is gebeld. Eiser vindt deze werkwijze in zijn geval onredelijk. Hij is vermoeid en zijn slaap is verstoord doordat hij in een auto moet slapen en in een bedrijfspand. Verweerder had niet anoniem mogen bellen en zijn bezoeken moeten aankondigen.
Het oordeel van de rechtbank
6. De rechtbank moet beoordelen of verweerder de aanvraag om een bijstandsuitkering terecht heeft afgewezen. Daarbij stelt de rechtbank voorop dat de te beoordelen periode in dit geval van 18 maart 2025 (datum melding voor het doen van een aanvraag) tot en met 4 april 2025 (de datum van het afwijzingsbesluit) loopt.
7. Volgens vaste rechtspraak van de Centrale Raad van Beroep (de Raad) moet een aanvrager van een bijstandsuitkering de feiten en omstandigheden aannemelijk maken die tot toewijzing van die aanvraag kunnen leiden. Dit betekent dat de aanvrager de nodige duidelijkheid moet verschaffen over de van belang zijnde feiten en omstandigheden, waaronder zijn woon- en verblijfplaats.Volgens de Raad kan ook van iemand die stelt dak- of thuisloos te zijn, worden gevraagd dat hij controleerbare gegevens verstrekt over zijn feitelijke verblijfplaats.Het ligt vervolgens op de weg van verweerder om in het kader van zijn onderzoeksplicht te controleren of de door de aanvrager verstrekte inlichtingen juist en volledig zijn. Als de aanvrager niet aan de wettelijke inlichtingen- of medewerkingsverplichtingvoldoet, is dit een grond voor weigering van de bijstand indien als gevolg daarvan het recht op bijstand niet kan worden vastgesteld.
Was het onderzoek onzorgvuldig?
8. Op de zitting heeft verweerder erkend dat de controle op 25 maart 2025 na 08.00 uur in de ochtend - en daarom te laat - heeft plaatsgevonden. De bevindingen van deze controle worden niet ten grondslag gelegd aan de afwijzing van de aanvraag.
9. Uit het rapport van bevindingen volgt dat de opgegeven locaties op twee verschillende momenten (26 maart 2025 en 1 april 2025) zijn bezocht binnen de door eiser opgegeven tijden. Ook zonder het bezoek van 25 maart 2025 blijven er naar het oordeel van de rechtbank daarom voldoende momenten over waarop eiser niet is aangetroffen op de afgesproken locaties. Wat betreft de controle op 26 maart 2025 had eiser verweerder vooraf moeten informeren over zijn verblijf in [plaats 2] . Dat eiser niet wist dat hij verplicht was om in de onderzoeksperiode te verblijven op de door hem opgegeven locaties, volgt de rechtbank niet. Uit het rapport van bevindingen volgt duidelijk dat eiser bij de aanvraag erop is gewezen dat hij op de opgegeven locaties gecontroleerd kan worden, hij verklaard heeft hier te verblijven en dat hij iedere wijziging met betrekking tot zijn woon- en leefsituatie moet doorgeven. Voor zover eiser aanvoert dat verweerder hem nog een herstelmogelijkheid had moeten bieden, volgt de rechtbank dat evenmin omdat het hier gaat om een aanvraagsituatie. Hetgeen eiser voor het overige heeft aangevoerd, maakt niet dat sprake is van een onzorgvuldig onderzoek.
Is het bestreden besluit in strijd met het motiveringsbeginsel?
10. De rechtbank oordeelt dat het motiveringsbeginsel niet is geschonden. Het bestreden besluit is gebaseerd op een voldoende zorgvuldig onderzoek en verweerder heeft inzichtelijk gemotiveerd waarom het recht op bijstand niet kan worden vastgesteld.
11. Gelet op de voorgaande overwegingen, oordeelt de rechtbank dat de aanvraag van eiser om een bijstandsuitkering terecht is afgewezen.