ECLI:NL:CRVB:2017:4257
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing aanvraag bijstand wegens onduidelijkheid huurbetaling loods
Appellant had een eenmanszaak en vroeg bijstand aan nadat hij zijn bedrijf had uitgeschreven. Na een eerdere afwijzing wegens onduidelijkheid over kasstortingen, diende hij een nieuwe aanvraag in. Het college weigerde de bijstand omdat onduidelijk bleef hoe appellant de huur van een loods betaalde, waarin een hennepkwekerij was aangetroffen. Appellant overlegde een huurovereenkomst en facturen, maar kon niet aantonen dat de huur was beëindigd.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. In hoger beroep stelde appellant dat opdrachtgevers zijn bankpas gebruikten om de huur te betalen en dat de huurovereenkomst per april 2014 was beëindigd. De Raad volgde dit niet, omdat deze stellingen onvoldoende waren onderbouwd en er geen bewijs was van beëindiging. Ook het ontbreken van bankbetalingen na april 2014 leidde niet tot de conclusie dat de huur was stopgezet.
De Raad concludeerde dat appellant niet voldeed aan zijn inlichtingenplicht, waardoor het college het recht op bijstand niet kon vaststellen. De afwijzing en terugvordering van voorschotten waren terecht. Het hoger beroep werd afgewezen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De aanvraag om bijstand wordt afgewezen vanwege onvoldoende duidelijkheid over de huurbetaling van de loods.