ECLI:NL:RBAMS:2026:2723
Rechtbank Amsterdam
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing briefadres na verblijf buitenland langer dan acht maanden
Verzoeker verbleef vanwege medische behandeling vanaf eind 2024 in het buitenland en vroeg om inschrijving met een briefadres in de Basisregistratie Personen (Brp). Na een eerste toekenning voor acht maanden, werd zijn aanvraag voor verlenging afgewezen omdat hij langer dan acht maanden in het buitenland verbleef, wat volgens de Wet Brp niet is toegestaan.
Verzoeker stelde dat de gemeente Amsterdam onzorgvuldig handelde en het motiveringsbeginsel schond door zijn bezwaar niet inhoudelijk te beoordelen en uit te gaan van een onjuist feitencomplex. De voorzieningenrechter stelde vast dat de gemeente ten onrechte aannam dat verzoeker een briefadres in Zaandam wilde en dat zij niet bevoegd zou zijn om over de aanvraag te beslissen.
De rechtbank vernietigde het besluit wegens strijd met het zorgvuldigheids- en motiveringsbeginsel, maar handhaafde de rechtsgevolgen omdat de wet geen grond biedt voor een briefadres na acht maanden verblijf in het buitenland. Verzoeker kreeg vergoeding van griffierecht en proceskosten. Het verzoek om een voorlopige voorziening werd afgewezen.
Uitkomst: Het besluit tot afwijzing van de briefadresaanvraag wordt vernietigd, maar de rechtsgevolgen blijven in stand vanwege de wettelijke termijn van acht maanden verblijf in het buitenland.