ECLI:NL:RVS:2025:3241
Raad van State
- Hoger beroep
- E.J. Daalder
- B.P. Vermeulen
- B.P.M. van Ravels
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige ambtshalve uitschrijving uit Basisregistratie Personen wegens onvoldoende gedegen onderzoek
Het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam schreef appellante en haar drie minderjarige kinderen ambtshalve uit de Basisregistratie Personen (Brp) en schreef hen in de Registratie Niet-Ingezetenen (RNI) op basis van een vermoeden dat zij niet op het geregistreerde adres woonden. Dit volgde op een melding van woningcorporatie Stichting Woonbron en een adresonderzoek waarbij geen feitelijke verblijfplaats werd vastgesteld.
Appellante betwistte de uitschrijving en voerde aan dat het college niet voldeed aan de voorwaarden van artikel 2.22 van de Wet basisregistratie personen, met name dat het onderzoek niet gedegen was en dat er aanwijzingen waren dat zij en haar kinderen wel degelijk in Nederland verbleven, onder meer vanwege schoolbezoek en banktransacties.
De rechtbank verklaarde de beroepen ongegrond, maar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat het college onvoldoende onderzoek had verricht naar de nieuwe verblijfplaats van appellante en haar kinderen, waardoor niet aan alle voorwaarden van artikel 2.22 was voldaan. De uitschrijving werd daarom vernietigd en het college opgedragen een nieuw besluit te nemen.
Daarnaast kende de Afdeling appellante een schadevergoeding van €1.500 toe wegens overschrijding van de redelijke termijn van meer dan anderhalf jaar en veroordeelde het college tot vergoeding van proceskosten. De uitspraak benadrukt het belang van zorgvuldig en gedegen onderzoek bij ambtshalve uitschrijvingen uit de Brp.
Uitkomst: De ambtshalve uitschrijving van appellante en haar kinderen uit de Basisregistratie Personen wordt vernietigd wegens onvoldoende gedegen onderzoek.