ECLI:NL:RBAMS:2026:2472

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
11 maart 2026
Publicatiedatum
11 maart 2026
Zaaknummer
AMS 25/1478
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkverklaring bezwaar vergoeding verhuizing wegens ontbreken procesbelang

Eiseres diende een aanvraag in voor een financiële tegemoetkoming voor verhuizing en inrichting, welke door verweerder werd toegekend. Vervolgens verklaarde verweerder het bezwaar van eiseres tegen dit besluit niet-ontvankelijk wegens het ontbreken van procesbelang. Eiseres stelde dat zij wel procesbelang had omdat een voorwaarde in het besluit haar zou uitsluiten van toekomstige vergoedingen, wat volgens haar in strijd is met het evenredigheidsbeginsel.

De rechtbank oordeelde dat procesbelang alleen aanwezig is wanneer het nastreven van het resultaat daadwerkelijk betekenis heeft voor de indiener. Omdat eiseres de vergoeding heeft ontvangen en de voorwaarde alleen relevant is bij ongeschikte verhuizing, wat hier niet aan de orde is, ontbreekt procesbelang. De rechtbank wees erop dat toekomstige aanvragen op eigen merites worden beoordeeld en dat eiseres niet wordt uitgesloten van de Wmo.

Tijdens de procedure werd het onderzoek geschorst om partijen de gelegenheid te geven tot een oplossing te komen over een trapliftaanvraag. Verweerder wilde advies inwinnen bij Argonaut, maar afspraken met eiseres werden herhaaldelijk afgezegd. De rechtbank benadrukte dat medewerking van eiseres noodzakelijk is voor voortgang.

Eiseres werd vrijgesteld van griffierecht wegens betalingsonmacht. Uiteindelijk verklaarde de rechtbank het beroep ongegrond en wees zij de vergoeding van proceskosten af. De uitspraak werd gedaan door rechter Baldinger op 11 maart 2026.

Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen de niet-ontvankelijkverklaring van haar bezwaar wordt ongegrond verklaard wegens het ontbreken van procesbelang.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Bestuursrecht
zaaknummer: AMS 25/1478

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 11 maart 2026 in de zaak tussen

[eiseres] , uit [plaats] , eiseres

(gemachtigde: mr. O.C. Bozbiyik),
en

het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam, verweerder

(gemachtigde: mr. E.D. Mensing van Charante).

Samenvatting

1. Deze uitspraak gaat over de niet-ontvankelijkverklaring van eiseres haar bezwaar tegen de toekenning van een vergoeding voor verhuizing en inrichting, wegens het ontbreken van procesbelang. Eiseres is het niet eens met de niet-ontvankelijkverklaring. Zij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaar.
1.1.
De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het beroep ongegrond is
.Eiseres krijgt dus geen gelijk. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Procesverloop

2. Eiseres heeft een aanvraag ingediend voor een financiële tegemoetkoming voor verhuizing en inrichting. Verweerder heeft deze aanvraag met het besluit van 19 juni 2024 toegekend (het primaire besluit). Argonaut Advies (Argonaut) heeft verweerder een positief advies gestuurd. Dit besluit is geldig van 14 juni 2024 tot en met 14 juni 2028 en vervalt zodra eiseres is verhuisd.
2.1.
Met het bestreden besluit van 22 januari 2025 heeft verweerder het bezwaar van eiseres niet-ontvankelijk verklaard, wegens het ontbreken van procesbelang. Het primaire besluit wordt daarmee in stand gelaten. Dat betekent dat de voorwaarde uit het besluit “
Aanpassingen die als gevolg van verhuizen noodzakelijk blijken zullen niet door de Wmo worden vergoed.” onderdeel blijft van het primaire besluit.
2.2.
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.
2.3.
De rechtbank heeft het beroep op 2 december 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: mr. N. Talhoui als waarnemer van de gemachtigde van eiseres en de gemachtigde van verweerder. Eiseres was niet aanwezig.
2.4.
De rechtbank heeft het onderzoek ter zitting geschorst ten einde partijen de gelegenheid te geven om samen tot een oplossing te komen met betrekking tot de traplift die eiseres heeft aangevraagd. Verweerder heeft meegedeeld ervoor open te staan om te onderzoeken of eiseres in aanmerking komt voor een traplift, waarbij verweerder advies op zal vragen bij Argonaut. Verweerder heeft vervolgens meegedeeld dat er tot op heden geen afspraak heeft plaatsgevonden tussen Argonaut en eiseres, omdat de afspraken meermaals zijn afgezegd door eiseres. Hierdoor heeft Argonaut geen advies kunnen uitbrengen.
2.5.
De rechtbank heeft op 4 maart 2026 het onderzoek gesloten.

Beoordeling door de rechtbank

Vrijstelling griffierecht
3. Eiseres heeft om vrijstelling verzocht van het griffierecht wegens betalingsonmacht. Eiseres heeft aannemelijk gemaakt dat zij niet over voldoende inkomsten of vermogen beschikt om het verschuldigde bedrag aan griffierecht te betalen. Het beroep op betalingsonmacht slaagt. Eiseres wordt in deze procedure daarom (definitief) vrijgesteld van de verplichting om griffierecht te betalen.
Standpunt partijen
4. Eiseres stelt zich op het standpunt dat haar bezwaar ten onrechte niet-ontvankelijk is verklaard en zij wel procesbelang heeft. Door het opnemen van de voorwaarde: “
Aanpassingen die als gevolg van verhuizen noodzakelijk blijken, zullen niet door de Wmo worden vergoed.” in het besluit, bevindt eiseres zich in een onzekere situatie. Eiseres zal geen aanspraak kunnen maken op een vergoeding van eventueel noodzakelijke aanpassingen. Het opnemen van een dergelijke voorwaarde is in strijd met het evenredigheidsbeginsel. De lasten die eiseres als gevolg van het bestreden besluit worden opgelegd, brengen in dit geval een onevenredig nadeel voor haar met zich mee. Eiseres wordt definitief uitgesloten van ondersteuning op grond van de Wmo. [1]
5. Verweerder stelt zich op het standpunt dat geen sprake is van procesbelang, omdat eiseres de vergoeding voor verhuizing en inrichting die ze heeft aangevraagd heeft gekregen. De voorwaarde die eiseres benoemt als procesbelang, die heeft volgens verweerder geen betekenis voor toekomstige aanvragen omdat zij geschikt is verhuisd. De voorwaarde is alleen opgenomen in het primaire besluit voor het geval waarin een aanvrager ongeschikt verhuist en er vervolgens als gevolg van dat ongeschikt verhuizen aanpassingen aan de woning moeten gebeuren. Die situatie doet zich hier niet voor. Nieuwe aanvragen van eiseres op grond van de Wmo worden dan gewoon op eigen merites beoordeeld.
Wat vindt de rechtbank?
6. De rechtbank overweegt als volgt. Op grond van vaste rechtspraak is pas sprake van (voldoende) procesbelang als het resultaat dat de indiener van een bezwaar- of beroepschrift met het maken van bezwaar of het indienen van beroep nastreeft, daadwerkelijk kan worden bereikt en het realiseren van dat resultaat voor deze indiener feitelijk betekenis kan hebben. [2] Het hebben van een louter formeel of principieel belang is onvoldoende voor het aannemen van (voldoende) procesbelang. Als sprake is van een al verstreken periode, blijft procesbelang aanwezig als een inhoudelijk oordeel over het bestreden besluit van belang kan zijn voor een toekomstige periode
.Daarbij geldt dat in beginsel geen procesbelang kan zijn gelegen in de beoordeling van een reeds verstreken periode, tenzij aannemelijk is dat schade is geleden dan wel een inhoudelijk oordeel over het bestreden besluit van belang kan zijn voor een toekomstige periode. [3] Het enkel niet vergoeden van de gemaakte proceskosten in de bezwaarfase kan niet langer een zelfstandig procesbelang opleveren. [4]
7. De rechtbank is van oordeel dat verweerder terecht heeft geoordeeld dat er geen procesbelang is in bezwaar. Eiseres heeft toegekend gekregen wat zij heeft aangevraagd. De voorwaarde waarover eiseres zich zorgen maakt en die volgens haar toch procesbelang schept, heeft alleen betrekking op aanvragen om aanpassing van de woning na ongeschikte verhuizing, dus verhuizing naar een woning die niet aan de wooneis voldoet. Daarvan is hier geen sprake. Er is in dit geval geschikt verhuisd. Dit is ook door verweerder bevestigd. Aanvragen om aanpassing van de woning zullen dan inhoudelijk op eigen merites worden beoordeeld, zoals verweerder in dit geval ook is gaan doen met de aanvraag om een traplift. De voorwaarde waartegen eiseres op komt speelt dus geen rol. Eiseres wordt dus niet uitgesloten van de Wmo. Verweerder heeft voorgaande ook bevestigd op zitting.
8. Verder is op zitting duidelijk geworden dat verweerder onderzoek wil doen of eiseres in aanmerking komt voor een traplift, waarbij verweerder advies op zal vragen bij Argonaut. Hiervoor heeft eiseres een aparte aanvraag ingediend. Om die reden heeft de rechtbank het onderzoek op de zitting geschorst om te kijken of partijen tot elkaar konden komen in het kader van de nieuwe aanvraag en in het verlengde daarvan zou in deze zaak een schikking kunnen worden getroffen. De oplossing in de nieuwe zaak zou bevestigen dat de voorwaarde die hier ter discussie staat, geen betekenis heeft voor toekomstige aanvragen nu eiseres geschikt is verhuisd. Argonaut heeft meerdere afspraken proberen te plannen met eiseres, maar de afspraken zijn steeds afgezegd. Voorgaande bevordert niet het onderzoek en de voortvarende behandeling van de nieuwe aanvraag. De rechtbank geeft eiseres daarom ten overvloede mee dat haar medewerking nodig is om het onderzoek dat verweerder moet laten doen, plaats te kunnen laten vinden.

Conclusie en gevolgen

9. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiseres geen gelijk krijgt. Eiseres krijgt ook daarom geen vergoeding van haar proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. H.J.M. Baldinger, rechter, in aanwezigheid van
mr.C. Simonis, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 11 maart 2026.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.
Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.
Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Voetnoten

1.Wet maatschappelijke opvang.
2.Zie de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep (CRvB) van 18 september 2013, ECLI:NL:CRVB:2013:1874.
3.Zie de uitspraak van de CRvB van 23 januari 2019, ECLI:NL:CRVB:2019:219.
4.Zie de uitspraak van de CRvB van 2 april 2024, ECLI:NL:CRVB:2024:635.