Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBAMS:2026:2434

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
10 maart 2026
Publicatiedatum
10 maart 2026
Zaaknummer
AMS 25/4075, 25/4077 en 25/4079
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Rechtbank bevestigt rechtmatigheid van drie naheffingsaanslagen parkeerbelasting ondanks administratieve fout

De heffingsambtenaar legde aan eiseres drie naheffingsaanslagen parkeerbelasting op voor parkeren zonder geldige vergunning op drie verschillende momenten in mei 2025. Eiseres voerde aan dat zij tijdelijk een leenauto had geregistreerd en door mentale vermindering door burn-out was vergeten het kenteken te wijzigen, en vroeg om rekening te houden met haar situatie.

De rechtbank oordeelde dat parkeren met een vergunning alleen geldt indien aan alle voorwaarden is voldaan, waaronder correcte kentekenregistratie. Omdat eiseres met een ander kenteken parkeerde dan geregistreerd, was zij parkeerbelasting verschuldigd. De eerder verleende coulance in december 2025 geldt niet opnieuw.

Eiseres stelde dat de drie naheffingsaanslagen voortkomen uit één administratieve fout en verzocht om vernietiging of matiging. De rechtbank volgde eerdere jurisprudentie dat bij meerdere constateringmomenten meerdere naheffingsaanslagen terecht zijn opgelegd. De naheffingsaanslagen zijn herstelmaatregelen, geen boetes, en persoonlijke omstandigheden zijn alleen relevant bij overmacht, wat hier niet aan de orde was.

De rechtbank verklaarde de beroepen ongegrond en bevestigde de rechtmatigheid van de naheffingsaanslagen. Eiseres krijgt geen griffierecht terug en heeft geen proceskostenvergoeding. De uitspraak is gedaan door rechter K.S. Man op 10 maart 2026.

Uitkomst: De rechtbank verklaart de beroepen ongegrond en bevestigt de rechtmatigheid van de drie naheffingsaanslagen parkeerbelasting.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM
Bestuursrecht
zaaknummers: AMS 25/4075, 25/4077 en 25/4079

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 10 maart 2026 in de zaken tussen

[eiseres] , uit Amsterdam, eiseres,

en

de heffingsambtenaar van de gemeente Amsterdam

(gemachtigde: [gemachtigde] ).

Inleiding

De heffingsambtenaar heeft aan eiseres in de periode van 23 mei 2025 tot en met 26 mei 2025 in totaal drie naheffingsaanslagen parkeerbelasting opgelegd.
Met drie bestreden uitspraken op bezwaar van 4 juli 2025 heeft de heffingsambtenaar de bezwaren van eiseres ongegrond verklaard.
De heffingsambtenaar heeft op de beroepen gereageerd met een verweerschrift.
De rechtbank heeft de beroepen van eiseres tegen de bestreden uitspraken op 22 januari 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres en de gemachtigde van de heffingsambtenaar. De rechtbank heeft de zaken gevoegd behandeld.

Beoordeling door de rechtbank

1. Tijdens controles is gebleken dat het voertuig van eiser met kenteken [kenteken] stond geparkeerd ter hoogte van:
- [adres 1] op 23 mei 2025 om 10:45 uur;
- [adres 2] op 24 mei 2025 om 20:29 uur;
- [adres 3] op 26 mei 2025 om 22:50 uur,
telkens zonder dat de parkeerbelasting was voldaan die is verschuldigd voor parkeren op die plaats in Amsterdam op die tijdstippen. De heffingsambtenaar heeft hiervoor aan eiseres drie naheffingsaanslagen parkeerbelasting opgelegd.
2. De rechtbank beoordeelt de rechtmatigheid van de naheffingsaanslagen. Zij doet dit aan de hand van de beroepsgronden van eiseres.
3. Tussen partijen staat niet ter discussie dat de auto van eiseres op de betreffende plaatsen en tijdstippen geparkeerd stond en dat op die momenten bovenstaand kenteken niet op de parkeervergunning van eiseres was geregistreerd. Eiseres was daarom parkeerbelasting verschuldigd. Vast staat dat eiseres deze niet heeft betaald.
4. Eiseres voert aan dat zij tijdelijk een leenauto op haar parkeervergunning had geregistreerd en is vergeten het kenteken te wijzigen nadat zij haar auto terug had na onderhoud. Eiseres is herstellende van een burn-out en is daardoor mentaal tijdelijk verminderd scherp; dit speelt ongetwijfeld een rol bij het niet tijdig wijzigen van het kenteken. Eiseres hoopt dat hiermee rekening kan worden gehouden. In december is haar hetzelfde reden overkomen en toen is coulance toegepast, aldus eiseres.
5. De rechtbank overweegt dat van parkeren met een vergunning alleen sprake is als wordt voldaan aan alle voorwaarden waaronder de vergunning is verleend. Is aan één of meer van deze voorwaarden niet voldaan, dan is geparkeerd zonder vergunning. [1] Het is de verantwoordelijkheid van eiseres om na te gaan of haar parkeervergunning geldig is en dat het juiste kenteken staat geregistreerd. Vaststaat dat eiseres heeft geparkeerd met een auto met een ander kenteken dan het kenteken waarmee zij op de controlemomenten in het parkeersysteem van de gemeente stond geregistreerd. Daardoor is feitelijk zonder vergunning geparkeerd en had eiseres de belasting voor het parkeren op straat moeten voldoen. Dat is niet gebeurd. Dat eiseres is vergeten in het parkeersysteem van de gemeente het kenteken te wijzigen, komt voor haar rekening en risico. De heffingsambtenaar heeft toegelicht dat aan eiseres op 4 december 2025 eenmalig coulance is verleend. Het is niet de bedoelding dat coulance bij een nieuwe constatering opnieuw wordt toegepast. De rechtbank kan dit standpunt van de heffingsambtenaar volgen.
6. Eiseres vindt dat dat de drie parkeerboetes voortkomen uit één administratieve fout en verzoekt daarom de drie naheffingsaanslagen te vernietigen dan wel te matigen op basis van redelijkheid en billijkheid.
6.1.
De rechtbank overweegt dat het gerechtshof Amsterdam en het gerechtshof Den Haag [2] een soortgelijke stelling al hebben verworpen. Naheffingsaanslagen zijn gebonden beschikkingen. Dit betekent dat uit de wetgeving voortvloeit dat, indien een belastbaar feit zich voordoet, de belasting verschuldigd is. Bij drie controlemomenten is geconstateerd dat eiseres geen parkeergeld heeft betaald. Het is niet onevenredig dat daarvoor drie afzonderlijke naheffingsaanslagen zijn opgelegd.
6.2 Voor zover eiseres dit ervaart als een boete, overweegt de rechtbank als volgt. De naheffingsaanslag is geen straf, maar een herstelmaatregel: een objectieve belasting vermeerderd met een bedrag om de kosten goed te maken die met de oplegging ervan zijn gemoeid. Daarbij maakt het niet uit of eiseres al dan niet met opzet geen parkeergeld heeft betaald. De rechtbank gaat er overigens van uit dat bij eiseres van opzet geen sprake was. Het enkele feit dat zij niet heeft betaald, is voldoende voor het opleggen van de naheffingsaanslagen. Daarom kan ook geen rekening worden gehouden met haar persoonlijke omstandigheden. Dit kan alleen anders zijn in het geval van een acute noodsituatie, met een zo uitzonderlijk en buitengewoon karakter dat geen rechtsplicht bestaat tot betaling van een parkeerbelasting (overmacht). Die situatie doet zich hier echter niet voor.

Conclusie en gevolgen

7. De beroepen zijn ongegrond. Dat betekent dat de naheffingsaanslagen terecht zijn opgelegd. Eiseres krijgt daarom het griffierecht niet terug. Eiseres heeft geen voor vergoeding in aanmerking komende proceskosten gemaakt.

Beslissing

De rechtbank verklaart de beroepen ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. K.S. Man, rechter,
in aanwezigheid van mr. R.M.N. van den Hazel, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 10 maart 2026.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar het gerechtshof Amsterdam waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.
Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan het gerechtshof Amsterdam (belastingkamer), Postbus 1312, 1000 BH Amsterdam.
Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van het gerechtshof Amsterdam vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Voetnoten

1.Hoge Raad 17 december 1997, ECLI:NL:HR:1997:AA3336, overweging 3.
2.Zie op rechtspraak.nl de uitspraken ECLI:NL:GHDHA:2022:1780 (dertien naheffingsaanslagen) en ECLI:NL:GHAMS:2022:3698 (vijf naheffingsaanslagen).