Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER
1.Procesgang
2.Identiteit van de opgeëiste persoon
3.Tussenuitspraak van 14 januari 2026
4.Artikel 6 OLW Pro: gelijkstelling
ex nuncplaats te vinden en de opgeëiste persoon verblijft op het moment van de zitting vijf jaar rechtmatig in Nederland. Aan de tweede voorwaarde voor gelijkstelling wordt niet voldaan, omdat uit de IND-bevraging blijkt dat de opgeëiste persoon zijn verblijfsrecht kan verliezen in verband met de Bulgaarse strafzaak. Omdat de gelijkstelling niet kan slagen, kan de overlevering niet afhankelijk worden gemaakt van een terugkeergarantie.
5.Artikel 11 OLW Pro: detentieomstandigheden
living space”te worden gelezen als leefruimte exclusief sanitair. Verder is vast komen te staan dat de opgeëiste persoon medische problemen heeft en daarvoor medische hulp nodig heeft. De uitvaardigende justitiële autoriteit garandeert dat de opgeëiste persoon toegang heeft tot medische en psychische zorg en in een noodzakelijk geval naar het ziekenhuis kan worden gebracht. Het door de raadsvrouw overgelegde rapport van de ombudsman is twee jaar oud en de uitspraken van de rechtbank hebben betrekking op een individueel geval. De raadsvrouw heeft onvoldoende objectieve gegevens overlegd om aan te nemen dat de detentiegarantie niet voldoet. De detentieomstandigheden vormen daarom geen beletsel voor de overlevering.
physical ill-treatment, inter-prisoner violence, endemic corruption, overcrowding, ever worsening material conditions, no access to organised out of cell activities, poor accessibility and quality of medical services.
6.Beslissing
SCHORSThet onderzoek voor onbepaalde tijd om de officier van justitie in