ECLI:NL:RBAMS:2026:2315

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
4 maart 2026
Publicatiedatum
5 maart 2026
Zaaknummer
13-347379-25 (EAB I)
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste en enige aanleg
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2 OpiumwetArt. 10 OpiumwetArt. 2 OLWArt. 5 OLWArt. 6 OLW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toestemming tot overlevering op grond van Europees aanhoudingsbevel met detentiegarantie

De rechtbank Amsterdam behandelde op 18 februari 2026 het Europees aanhoudingsbevel (EAB) uitgevaardigd door Polen voor de overlevering van een persoon verdacht van opzettelijke overtreding van de Opiumwet. De opgeëiste persoon werd bijgestaan door een raadsman en een Poolse tolk. De rechtbank verlengde de beslistermijn en schorste de gevangenhouding tot uitspraak.

De opgeëiste persoon werd gelijkgesteld met een Nederlander omdat hij ten minste vijf jaar ononderbroken rechtmatig in Nederland verbleef en zijn verblijfsrecht niet zou verliezen door een opgelegde straf. De Poolse autoriteiten gaven een garantie dat een eventuele onvoorwaardelijke vrijheidsstraf in Nederland kan worden uitgezeten, wat de rechtbank voldoende achtte.

Hoewel er een algemeen reëel gevaar bestaat voor schending van grondrechten in het Poolse remand regime, concludeerde de rechtbank dat de verstrekte informatie over detentieomstandigheden in het Zielona Góra Remand Centre, waaronder minimaal 3 m2 celruimte en gemiddeld 2,5 uur buiten de cel, dit gevaar wegneemt. Het verweer van de raadsman dat deze garanties onvoldoende zijn, werd verworpen.

De rechtbank stelde vast dat het EAB voldoet aan de wettelijke eisen en dat geen weigeringsgronden aanwezig zijn. De overlevering aan Polen werd daarom toegestaan. Tegen deze uitspraak is geen gewoon rechtsmiddel mogelijk.

Uitkomst: De rechtbank staat de overlevering van de opgeëiste persoon aan Polen toe onder de voorwaarde van detentiegarantie en gelijkstelling met Nederlander.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER

Parketnummer: 13-347379-25 (EAB I)
Datum uitspraak: 4 maart 2026
UITSPRAAK
op de vordering van 23 december 2025 van de officier van justitie bij deze rechtbank tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB). [1]
Dit EAB is uitgevaardigd op 8 april 2021 door
the District Court in Zielona Góra,Polen (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit), en strekt tot de aanhouding en overlevering van:
[de opgeëiste persoon] ,
geboren in [geboorteplaats] (Polen) op [geboortedag] 1989,
ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres:
[adres] ,
hierna ‘de opgeëiste persoon’.

1.Procesgang

De behandeling van het EAB heeft plaatsgevonden op de zitting van 18 februari 2026, in aanwezigheid van mr. G.J.A.M. Rasker, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en is bijgestaan door zijn raadsman, mr. M.P.M. Balemans, advocaat in Amsterdam, en door een tolk in de Poolse taal.
De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van de Overleveringswet (OLW) uitspraak moet doen over de verzochte overlevering met 30 dagen verlengd. [2]
Tevens heeft de rechtbank voor sluiting van het onderzoek ter zitting de gevangenhouding
bevolen met gelijktijdige schorsing van dat bevel tot aan de uitspraak.

2.Identiteit van de opgeëiste persoon

Ter zitting heeft de opgeëiste persoon verklaard dat de bovenvermelde persoonsgegevens juist zijn en dat hij de Poolse nationaliteit heeft.

3.Grondslag en inhoud van het EAB

Het EAB vermeldt een
decision of the Regional Court in Nowa Sól as of July 2, 2020, the case file II Kp 325/20, on the application of provisional custody for the term of 30 days.
De uitvaardigende justitiële autoriteit verzoekt de overlevering vanwege het vermoeden dat de opgeëiste persoon zich schuldig heeft gemaakt aan naar Pools recht strafbare feiten. Deze feiten zijn omschreven in het EAB. [3]

4.Strafbaarheid

Feiten waarvoor dubbele strafbaarheid is vereist
De uitvaardigende justitiële autoriteit heeft de feiten niet aangeduid als feiten waarvoor het vereiste van toetsing van dubbele strafbaarheid niet geldt. Overlevering kan in dat geval worden toegestaan, wanneer – kort gezegd - voldaan is aan het vereiste dat op de feiten naar het recht van de uitvaardigende lidstaat een vrijheidsstraf met een maximum van ten minste twaalf maanden is gesteld en dat de feiten ook naar Nederlands recht strafbaar zijn.
De rechtbank stelt vast dat hieraan is voldaan.
De feiten leveren naar Nederlands recht op:
telkens opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2, onder C, van de Opiumwet gegeven verbod.

5.De garantie als bedoeld in artikel 6, eerste lid, OLW

Gelijkstelling
De raadsman verzoekt de rechtbank om de opgeëiste persoon gelijk te stellen met een Nederlander om zo, in geval van veroordeling tot een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf na overlevering aan de uitvaardigende lidstaat, die straf vervolgens in Nederland te kunnen ondergaan.
Oordeel van de rechtbank
Om in aanmerking te komen voor gelijkstelling met een Nederlander moet op basis van artikel 6, derde lid, van de OLW zijn voldaan aan de volgende vereisten:
de opgeëiste persoon verblijft ten minste vijf jaar ononderbroken rechtmatig in Nederland als bedoeld in artikel 8, onder a tot en met e en l, Vreemdelingenwet 2000;
ten aanzien van de opgeëiste persoon bestaat de verwachting dat hij niet zijn recht van verblijf in Nederland verliest als gevolg van een hem na overlevering opgelegde straf of maatregel.
De eerste voorwaarde
De rechtbank is – met de raadsman en officier van justitie – van oordeel dat de opgeëiste persoon aan de hand van de overgelegde stukken heeft aangetoond dat hij ten minste vijf jaren ononderbroken rechtmatig in Nederland verblijft als bedoeld in artikel 8, onder a tot en met e en l, Vreemdelingenwet 2000 en daarmee een duurzaam verblijfsrecht heeft verworven. Aan deze voorwaarde is dus voldaan.
De tweede voorwaarde
Het antwoord op de vraag over de verwachting of de opgeëiste persoon al dan niet zijn recht op verblijf in Nederland verliest als gevolg van de opgelegde straf of maatregel, beoordeelt de rechtbank aan de hand van informatie van de Immigratie- en Naturalisatie Dienst (IND). Uit de brief van de IND van 10 februari 2026 volgt dat de beschreven strafrechtelijke feiten er niet toe leiden dat de opgeëiste persoon zijn verblijfsrecht verliest. Ook aan deze voorwaarde is dus voldaan.
Garantie
De opgeëiste persoon kan op grond van artikel 6, derde lid, OLW worden gelijkgesteld met een Nederlander. De rechtbank stelt vast dat de opgeëiste persoon daarnaast zodanige banden heeft met Nederland dat de tenuitvoerlegging van een eventueel na overlevering opgelegde straf, uit het oogpunt van maatschappelijke re-integratie, beter in Nederland kan plaatsvinden dan in de uitvaardigende lidstaat. De opgeëiste persoon heeft immers het centrum van zijn belangen in Nederland gevestigd. [4] De overlevering kan daarom worden toegestaan wanneer gegarandeerd is dat de opgeëiste persoon, in geval van veroordeling in de uitvaardigende lidstaat tot een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf, deze straf in Nederland mag ondergaan.
De
judge of the Circuit Court of Zielona Góra, 2 Criminal Divison in Zielona Góra,heeft op 12 februari 2026, onder verwijzing naar artikel 607j van het Poolse Wetboek van strafrecht, de volgende garantie gegeven:
“These provisions stipulate that if the prosecuted person, specifically [de opgeëiste persoon] , in execution of the European Arrest Warrant indicated at the beginning, is transferred to Poland for the purpose of conducting criminal proceedings against him, which are currently still at the preparatory stage of proceedings PR 1 Ds 2189.2019 by the District Prosecutor's Office in Nowa Sól, subject to the condition that any unconditional sentence of imprisonment or other measure involving deprivation of liberty imposed on him in this case be executed in the Kingdom of the Netherlands, enforcement proceedings against the above-mentioned person in the Republic of Poland will not be initiated, and the court competent to hear the case, immediately after such a possible conviction becomes final, is obliged to issue an order transferring the convicted person to the competent authorities of your country for the purpose of executing the sentence or other measure indicated above, and a copy of the above-mentioned order and a copy of the enforceable judgment will be provided to your party.​​​​​​​In view of the above, the Circuit Court in Zielona Góra guarantees that if the person sought is transferred to Poland for the purpose of conducting criminal proceedings against him for the offence specified in the European Arrest Warrant, provided that he is returned to the Kingdom of the Netherlands for the purpose of serving a custodial sentence, the Polish party will proceed in accordance with the provisions indicated above​​​​​​​.”
Naar het oordeel van de rechtbank is deze garantie voldoende.

6.Artikel 11 OLW Pro

6.1.
Artikel 11 OLW Pro: artikel 47 van Pro het Handvest van de grondrechten van de EU
De rechtbank heeft eerder vastgesteld dat, vanwege structurele of fundamentele gebreken in de Poolse rechtsorde, in Polen een algemeen reëel gevaar bestaat van schending van het grondrecht op een eerlijk proces voor een onafhankelijk en onpartijdig gerecht dat vooraf bij wet is ingesteld. [5]
Nu de opgeëiste persoon geen elementen heeft aangevoerd waaruit blijkt dat die structurele of fundamentele gebreken een concrete invloed zullen hebben op de behandeling van zijn strafzaak, is niet aangetoond dat sprake is van een individueel reëel gevaar van schending van het grondrecht op een eerlijk proces voor een onafhankelijk en onpartijdig gerecht dat vooraf bij wet is ingesteld. [6]
6.2.
Artikel 11 OLW Pro: Poolse detentieomstandigheden inremand prisons
De rechtbank heeft eerder geoordeeld [7] dat sprake is van een algemeen reëel gevaar van
schending van de grondrechten van gedetineerden die in het
remand regimein Polen
terechtkomen. Het kernpunt is dat in het
remand regimeslechts 3 m2 persoonlijke ruimte (exclusief sanitair) in een meerpersoonscel is gegarandeerd voor de voorlopig gedetineerde, terwijl die veelal 23 uren per dag op zijn cel doorbrengt.
De vaststelling van een algemeen reëel gevaar voor schending van de grondrechten voor gedetineerden die terechtkomen in het
remand regime, kan op zichzelf niet tot weigering van de overlevering leiden. Het enkele bestaan van gegevens die duiden op gebreken in dit regime, impliceert immers niet noodzakelijkerwijs dat, in een concreet geval, de grondrechten van de opgeëiste persoon bij overlevering zullen worden geschonden.
Om te verzekeren dat de grondrechten in het concrete geval worden geëerbiedigd, is de rechtbank dan ook verplicht om na te gaan of er, in de omstandigheden van het geval, gronden bestaan om aan te nemen dat de opgeëiste persoon na zijn overlevering aan Polen een reëel gevaar zal lopen van schending van zijn grondrechten gezien de omstandigheden in het
remand regimein Polen waar hij zal worden gedetineerd.
De uitvaardigende justitiële autoriteit heeft, in antwoord op vragen gesteld door het Internationaal Rechtshulpcentrum van het Openbaar Ministerie, op 3 februari 2026, voor zover relevant, de volgende informatie verstrekt:
“Re: II. 1. If the Dutch Party extradite the fugitive [de opgeëiste persoon] to Poland for the purposes of conducting proceedings against him for the acts indicated in the European Arrest Warrant, reference number Il Kop 19/21, he will initially be held in pretrial detention closest to the place of transfer and then transferred to the penitentiary facility closest to the place where procedural activities will be carried out against him as a suspect. Because the proceedings, reference number PR 1 DS. 2189.2019 is being conducted by the District Prosecutor's Office in Nowa Sól, and will be located at the Zielona Góra Remand Centre, in accordance with the regionalization.
Re: II 2. Pursuant to Article 110 § 1 of the Polish Executive Penal Code, inmates are placed in a single or multi­occupancy residential cell. Article 110 § 2 of the Polish Executive Penal Code states that the area of a residential cell per inmate is no less than 3 m2. At the Zielona Góra Remand Centre, these conditions will be met, and [de opgeëiste persoon] will be provided with a minimum of 3 m2 of personal space in a multi-occupancy cell without sanitary facilities. Some – few- cells provide a larger area of 4 m2.
Re: II 3 and 4. At Zielona Góra Remand Prison, inmates have the opportunity to participate in cultural and educational activities aimed at fostering positive and socially desirable attitudes. Activities are conducted based on monthly schedules prepared by the educator assigned to these activities. These schedules are communicated to remand prisoners, and participation in the activities is voluntary, with inmates free to decide whether to participate. Activities take place in the ward's common room, which features board games, foosball, chess, and a television. Activities are held from 8:00 AM to 12:00 PM and from 1:00 PM to 5:00 PM. Inmates can fully utilize the common room's resources during these times. In the ward's common room, inmates are also encouraged to participate in art activities, create a prison newspaper, and engage in modelling.
Regardless of the above, each unit counsellor, within their assigned group, conducts individual interactions and discussions - particularly regarding pre-suicidal interventions.
Remand prisoners also have access to the library located in the prison block, as well as newspapers available from the departmental officers in each unit. The Zielona Góra Remand Prison also operates a radio station that broadcasts periodic programs, which can be listened to in their cells. With the permission of the unit director, inmates may have a television and a radio in their cell. Their families may provide them with magazines. In a separate room outside their cell, they have access to a computer station, which they can use, for example, to review court documents.
The facility's administration also organizes regular meetings with social workers, probation officers, and representatives of support agencies. These meetings take place outside the cells and are aimed at providing assistance and support to individual inmates.
At the Zielona Góra Remand Prison, pretrial detainees can also benefit from spiritual support, which is provided in designated rooms, in the form of services and religious meetings on the following days:
1) Roman Catholic Church - Thursdays and holidays, between 9:00 AM and 12:00 PM. Mass is held in the chapel. Catechesis is held on Wednesdays from 2:00 PM to 4:00 PM.
2) Polish Autocephalous Orthodox Church - Masses are held on Wednesdays and Thursdays at 10:30 AM in the chapel.
3) Greek Catholic Church services are held on Fridays at 2:00 PM in the chapel.
4) Church of God in Christ services are held in the chapel on Thursdays at 1:00 PM.
5) Seventh-day Adventist Church services are held in the chapel on Thursdays at 4:00 PM.
6) Pentecostal Church services are held in a designated room on Tuesdays from 4:00 PM to 5:00 PM.
7) Jehovah's Witnesses services are held in a designated room on Mondays from 3:30 PM to 5:30 PM.
Participation in services is voluntary. Chaplains and other canonically authorized representatives of the church or denomination, with prior permission from the facility director, may visit inmates in their cells or other designated room.
The average duration of all activities listed above is over an hour.
It should also be noted that every pretrial detainee is entitled to at least an hour's walk daily, during which they can use the sports equipment provided in the exercise yards.
Therefore, inmates can spend an average of approximately 2.5 hours outside their cells each day. However, this time does not include other individual activities related to visits, telephone calls, participation in court proceedings, medical services, educational and psychological consultations, or employment, which largely depend on the individual inmate's situation and attitude. Individuals who demonstrate outstanding behaviour and adherence to internal order within the facility may be awarded, for example, rewards such as longer or additional walks or permission for longer visits.
It should be emphasized that if a pretrial detainee takes up employment solely for this reason, they may be outside their cells for up to 3 hours in the case of unpaid employment and up to 7 hours in the case of paid employment.
Therefore, by taking advantage of the full offer and taking up paid employment at the facility, a person on remand may be outside their cell for up to eight hours per day.
A person on remand is guaranteed the right to use a payphone at least once a week and to receive visits.”
Het standpunt van de raadsman
De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat de door de Poolse autoriteiten verstrekte informatie onvoldoende is om voor de opgeëiste persoon het gevaar van schending van zijn grondrechten weg te nemen. Door de raadsman is daarbij gewezen op de tijd die de opgeëiste persoon buiten zijn cel kan verblijven van tweeënhalf uur. Volgens de raadsman is dat onvoldoende en bovendien niet gegarandeerd gelet op het woord
approximately. Primair moet de officier van justitie daarom niet-ontvankelijk worden verklaard. Subsidiair moet de behandeling van de zaak worden aangehouden om de Poolse autoriteiten hierover nader te bevragen.
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de door de Poolse autoriteiten verstrekte informatie voldoende is, zodat geen gevaar van een schending van artikel 4 van Pro het Handvest meer bestaat voor de opgeëiste persoon. Artikel 11 OLW Pro staat daarom niet aan overlevering in de weg.
Het oordeel van de rechtbank
Aan de hand van een globale beoordeling van alle gegevens waarover zij beschikt, gaat de rechtbank uit van de geboden zekerheid in de door de Poolse autoriteiten gegeven garantie, verstrekt met de aanvullende informatie van 3 februari 2026. [8]
Uit de aanvullende informatie blijkt dat de opgeëiste persoon na overlevering naar alle waarschijnlijkheid in
the Zielona Góra Remand Centrewordt gedetineerd en dat ten minste 3 m2 persoonlijke leefruimte, exclusief sanitair, in een meerpersoonscel wordt gegarandeerd.
Zoals de rechtbank eerder heeft geoordeeld, [9] wordt het algemene reële gevaar dat een opgeëiste persoon wordt blootgesteld aan een structureel verblijf van 23 uur per dag in een cel met een oppervlakte tussen de 3 en 4 m2
in ieder gevalweggenomen met de garantie dat hij minimaal twee uur per dag buiten zijn cel kan verblijven. Als de autoriteiten een dergelijke garantie niet kunnen geven, heeft de rechtbank concrete informatie nodig met betrekking tot de vraag hoeveel uur een opgeëiste persoon onder normale omstandigheden – wanneer hij ervoor kiest om aan de aangeboden activiteiten deel te nemen – gemiddeld buiten zijn cel kan verblijven. Met andere woorden: de rechtbank heeft informatie nodig waaruit blijkt aan welke activiteiten de opgeëiste persoon dagelijks kan deelnemen, de duur van die activiteiten, én de omstandigheden waarvan die deelname en die duur afhankelijk zijn.
Uit voornoemde aanvullende informatie begrijpt de rechtbank dat de opgeëiste persoon ten minste één uur per dag kan wandelen en daarnaast de mogelijkheid krijgt om dagelijks deel te nemen aan culturele en educatieve activiteiten buiten zijn cel, zodat de opgeëiste persoon dagelijks gemiddeld ongeveer tweeënhalf uur buiten zijn cel kan doorbrengen. In aanvulling daarop kan de opgeëiste persoon indien hij daarvoor kiest deelnemen aan arbeid, zodat de tijd buiten de cel kan oplopen tot drie uur per dag in geval van onbetaalde arbeid en tot 7 uur per dag in geval van betaalde arbeid. Op grond van het vertrouwensbeginsel gaat de rechtbank uit van deze garanties.
Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat het algemene reële gevaar voor de opgeëiste persoon is weggenomen. Artikel 11 OLW Pro staat daarom niet aan overlevering in de weg. De rechtbank verwerpt het verweer van de raadsman en ziet geen aanleiding om nadere vragen te stellen aan de uitvaardigende justitiële autoriteit.

7.Slotsom

De rechtbank stelt vast dat het EAB voldoet aan de eisen van artikel 2 OLW Pro. Verder staan geen weigeringsgronden aan de overlevering in de weg en is geen sprake van een geval waarin aan het EAB geen gevolg mag worden gegeven. Om die reden staat de rechtbank de overlevering toe.

8.Toepasselijke wetsartikelen

De artikelen 2 en 10 Opiumwet en 2, 5, 6 en 7 OLW.

9.Beslissing

STAAT TOEde overlevering van
[de opgeëiste persoon]aan
the District Court in Zielona Góra,Polen, voor de feiten zoals die zijn omschreven in onderdeel e) van het EAB.
Deze uitspraak is gedaan door
mr. O.P.M. Fruytier, voorzitter,
mrs. M. Scheeper en E. van den Brink, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. E.A. Harland, griffier,
en in het openbaar uitgesproken op de zitting van 4 maart 2026.
Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.

Voetnoten

1.Zie artikel 23 OLW Pro.
2.Zie artikel 22, eerste en derde lid, OLW.
3.Zie onderdeel e) van het EAB.
4.Hof van Justitie van de Europese Unie, 6 juni 2023, C-700/21, O. G. (
5.Rb. Amsterdam 10 februari 2021, ECLI:NL:RBAMS:2021:420, r.o. 5.3.1-5.3.3 en Rb. Amsterdam 6 april 2022, ECLI:NL:RBAMS:2022:1793, r.o. 4.4.
6.Vgl. Rb. Amsterdam 6 april 2022, ECLI:NL:RBAMS:2022:1793, onder verwijzing naar HvJ EU 22 februari 2022, C-562/21 PPU en C-563/21 PPU, ECLI:EU:C:2022:100 (
7.Rechtbank Amsterdam 5 juni 2024, ECLI:NL:RBAMS:2024:3311
8.HvJ EU van 25 juli 2018, zaak ML, ECLI:EU:C:2018:589.
9.Rb Amsterdam 25 september 2025, ECLI:NL:RBAMS:2025:7088.