Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBAMS:2026:2217

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
4 maart 2026
Publicatiedatum
3 maart 2026
Zaaknummer
25/4150
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2.10.5 HvvArt. 3 Hoofdstuk 1 Nadere Regels HvvArt. 24 Nadere regels HvvHuisvestingswetHuisvestingsverordening Amsterdam 2024
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing aanvraag urgentieverklaring wegens algemene weigeringsgronden en onvoldoende schrijnendheid

Eiseres, een alleenstaande vrouw met chronische pijnklachten en psychische aandoeningen, woont sinds juli 2024 in een zelfstandige tweekamerwoning met een huurovereenkomst voor onbepaalde tijd. Zij heeft een aanvraag voor een urgentieverklaring ingediend die door het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam is afgewezen op basis van algemene weigeringsgronden.

De rechtbank oordeelt dat het college terecht heeft geoordeeld dat er geen sprake is van een urgent huisvestingsprobleem omdat eiseres beschikt over een eigen woning, ondanks de aanwezige gebreken zoals vocht en schimmel. Daarnaast voldoet eiseres niet aan de bindingseis omdat zij minder dan vier jaar in Amsterdam staat ingeschreven. De rechtbank volgt de jurisprudentie dat hier geen uitzonderingen op mogelijk zijn.

Verder is vastgesteld dat de verhuurder bereid is de gebreken in de woning te herstellen, waardoor er sprake is van een voorliggende voorziening. De hardheidsclausule wordt niet toegepast omdat er geen sprake is van een schrijnende situatie of een acuut levensbedreigend medisch probleem. De rechtbank concludeert dat het beroep ongegrond is en dat eiseres geen recht heeft op een urgentieverklaring.

Uitkomst: De rechtbank wijst het beroep af en bevestigt de afwijzing van de urgentieverklaring wegens het ontbreken van een urgent huisvestingsprobleem en het niet voldoen aan de bindingseis.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Bestuursrecht
zaaknummer: AMS 25/4150

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 4 maart 2026 in de zaak tussen

[eiser] , uit [plaats 1] , eiseres

(gemachtigde: mr. B. Blanckenburg),
en

het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam, het college

(gemachtigde: mr. J.H.G. van den Boorn).

Samenvatting

1. Deze uitspraak gaat over de afwijzing van de aanvraag van eiseres voor een urgentieverklaring. Eiseres is het niet eens met de afwijzing van de aanvraag. Zij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de afwijzing van de aanvraag.
1.1.
De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het college de aanvraag van eiseres mocht afwijzen
.Eiseres krijgt dus geen gelijk en het beroep is ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Procesverloop

2. Eiseres heeft een aanvraag ingediend voor een urgentieverklaring. Het college heeft deze aanvraag met het besluit van 21 november 2024 afgewezen. Met het bestreden besluit van 10 juni 2025 op het bezwaar van eiseres is het college bij de afwijzing van de aanvraag gebleven.
2.1.
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. Het college heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
2.2.
De rechtbank heeft het beroep op 24 februari 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres, de gemachtigde van eiseres, A. Askani als tolk en de gemachtigde van het college.

Beoordeling door de rechtbank

Achtergrond van de zaak
3. Eiseres is een alleenstaande vrouw. Zij woont sinds 4 juli 2024 op de [adres] . Het betreft een zelfstandige tweekamerwoning van 42m2, gelegen op de begane grond met tuin. Eiseres heeft een huurovereenkomst met [bedrijf] voor onbepaalde tijd. Hiervoor heeft eiseres tussen 25 januari 2023 en 4 juli 2024 op verschillende adressen in [plaats 2] en [plaats 3] en [plaats 4] gewoond in opvanglocaties voor asielzoekers van het Centraal Opvang Asielzoekers (COA).
3.1.
Eiseres heeft chronische pijnklachten met fibromyalgie. Zij is onder behandeling van de reumatoloog. Eiseres is gediagnosticeerd met een posttraumatische stress stoornis en heeft een depressieve episode gehad. Dit is gebeurd naar aanleiding van de gebeurtenissen in haar land van herkomst, Iran. Eiseres krijgt cognitieve gedragstherapie voor het verbeteren van haar stemming, het dagelijks functioneren en de noodzakelijke verbeteringen van sociale omstandigheden.
3.2.
Eiseres ervaart verschillende klachten in haar woning met betrekking tot vocht, schimmel en ventilatie. Sinds juli 2024 heeft eiseres contact met [bedrijf] over de klachten in haar woning. Eiseres heeft een rapport overgelegd van 8 oktober 2024 van [stichting] waaruit blijkt dat er vocht zit in de muren in de woning. Ook is er sprake van verzakte tegels die tegen de woning aan liggen. Volgens eiseres heeft [bedrijf] opnieuw geverfd en is er ventilatie in het toilet geplaatst, maar de overige gebreken zijn nog niet opgelost.
Algemene weigeringsgronden
4. Om in aanmerking te kunnen komen voor een urgentieverklaring, moet aan alle daarvoor geldende voorwaarden uit de Huisvestingsverordening Amsterdam 2024 (Hvv) worden voldaan. Eerst moet worden nagegaan of geen sprake is van zogenoemde algemene weigeringsgronden. De systematiek van de Hvv brengt mee dat wanneer een algemene weigeringsgrond van toepassing is, de aanvrager niet in aanmerking komt voor een urgentieverklaring. Het college toetst de aanvraag dan niet meer aan de voorwaarden voor de verschillende urgentiecategorieën, zoals medische urgentie.
4.1.
Volgens het college is er bij eiseres geen sprake van een urgent huisvestingsprobleem
(weigeringsgrond b)omdat zij beschikt over een eigen zelfstandige woning met een huurovereenkomst voor onbepaalde tijd. [1] Uit Hvv en de Nadere Regels volgt dat ook als er gebreken zijn in de woning, de woning in slechte staat verkeert of van onvoldoende kwaliteit is, zoals schimmel- en vochtproblematiek, er geen sprake is van een urgent huisvestingsprobleem, tenzij de woning onbewoonbaar is verklaard door de gemeente. [2] Dit is niet het geval bij eiseres. De rechtbank is van oordeel dat het college de algemene weigeringsgrond b aan eiseres heeft mogen tegenwerpen.
4.2.
Aan eiseres is verder tegengeworpen dat zij niet voldoet aan de bindingseis
(weigeringsgrond i). [3] Eiseres staat namelijk nog geen vier jaar ingeschreven in Amsterdam in de Basisregistratie personen (Brp). Tussen partijen is niet in geschil dat eiseres niet aan deze bindingseis voldoet. Volgens eiseres is het tegenwerpen van regiobinding in gevallen waar evident geen andere gemeente is waar wel regiobinding mee zou bestaan, in strijd met de Huisvestingswet en het evenredigheidsbeginsel. Eiseres heeft de huidige woning als statushouder gekregen waardoor zij van alle gemeentes in Nederland evident de meeste regiobinding heeft met Amsterdam. De rechtbank is van oordeel dat dit geen omstandigheid is die het college mee kan nemen bij de beoordeling of voldaan is aan de bindingseis. Uit de rechtspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (de Afdeling) volgt dat bij de beoordeling of voldaan is aan de regiobindingseis geen ruimte bestaat om andere feiten en omstandigheden mee te nemen in deze beoordeling. [4] Ook volgt uit de rechtspraak van de Afdeling dat niet is gebleken dat de Hvv in strijd is met de Huisvestingswet. [5] Ten slotte is het de rechtbank niet gebleken dat eiseres onevenredige gevolgen ervaart. Dat betekent dat het college de bindingseis aan eiseres heeft mogen tegenwerpen.
4.3.
Daarnaast is de rechtbank van oordeel dat het college aan eiseres heeft kunnen tegenwerpen dat zij gebruik kan maken van een voorliggende voorziening (
weigeringsgrond d)om haar woonprobleem op te lossen. Het college en [bedrijf] erkennen dat er gebreken zijn in de woning van eiseres. [bedrijf] heeft meerdere malen aangegeven dat zij bereid zijn om de resterende gebreken in de woning van eiseres op te lossen. [bedrijf] heeft ook bevestigd dat de werkzaamheden in bewoonde staat kunnen worden uitgevoerd. Dat eiseres gelet op haar medische situatie het herstellen van de gebreken in haar woning niet zou kunnen afwachten blijkt niet uit de stukken uit het dossier. Gelet op het voorgaande is de algemene weigeringsgrond d terecht van toepassing. Indien eiseres niet tevreden is over de aanpak door [bedrijf] kan zij juridische stappen ondernemen tegen [bedrijf] .
4.4.
Nu meerdere algemene weigeringsgronden van toepassing zijn, heeft het college de aanvraag ook terecht niet verder getoetst aan de voorwaarden voor een medische urgentie. [6] Eiseres haar betoog dat er sprake is van onzorgvuldige besluitvorming, omdat het college geen medisch onderzoek heeft uitgevoerd, gaat dan ook niet op. De rechtbank zal het gestelde over de gezondheidssituatie van eiseres beoordelen in het kader van de hardheidsclausule.
Hardheidsclausule
5. Het college kan een uitzondering maken op de regels en deze buiten toepassing laten in gevallen waarbij sprake is van een schrijnende situatie en waaraan niet is gedacht bij het opstellen van de regels. In dat geval past het college de zogenoemde hardheidsclausule toe. [7] Vanwege de huidige woningnood, past het college de hardheidsclausule alleen toe bij hele hoge uitzondering. Het beleid van het college is daarbij gericht op gezinnen met minderjarige kinderen, die door overmacht dakloos zijn of dakloos dreigen te worden en op personen met ernstige medische of sociale problematiek gerelateerd aan de woonsituatie. Bij medische problematiek moet er dan sprake zijn van een acuut levensbedreigend probleem.
5.1.
Eiseres voert aan dat het bijzonder schrijnend is dat haar aanvraag zonder medisch onderzoek is afgewezen. Eiseres heeft een verklaring van de reumatoloog van 9 mei 2025 overgelegd waaruit blijkt dat de lichamelijke klachten van eiseres maken dat zij een groot belang heeft bij passende huisvesting. Daarnaast heeft eiseres een verklaring van de huisarts van 10 februari 2026 overgelegd waarin de medische problematiek van eiseres wordt benadrukt en tevens het grote belang van eiseres bij een passende woning, die droog, veilig en warm moet zijn.
5.2.
De rechtbank gaat ervan uit dat eiseres aan een fibromyalgie lijdt en chronische pijnklachten heeft. De verklaring van de huisarts van 10 februari 2026 dateert van na het bestreden besluit waardoor het college dit niet in haar beoordeling kon meewegen. Het dossier biedt echter geen aanknopingspunten dat sprake is van een schijnende situatie of een acuut levensbedreigend probleem op grond waarvan een urgentieverklaring zou moet worden verleend. De huisartsverklaring biedt deze ook niet. Bovendien is [bedrijf] bereid om de gebreken in de woning van eiseres te herstellen. De rechtbank kan het college dan ook volgen dat de hardheidsclausule niet hoefde te worden toegepast en dat in dat kader geen medisch advies is gevraagd aan de GGD.
Evenredigheidsbeginsel
6. Op zitting heeft verzoekster aangevoerd dat de gevolgen van het bestreden besluit voor haar onevenredig uitpakken gelet op haar persoonlijke situatie.
6.1.
De rechtbank overweegt dat het gaat hier om een gebonden besluit dat berust op een algemeen verbindend voorschrift (avv). Een avv kan worden getoetst aan ongeschreven recht, waaronder het evenredigheidsbeginsel. Voor een geslaagd beroep op het evenredigheidsbeginsel is - anders dan bij een beroep op de hardheidsclausule - niet vereist dat zich bijzondere omstandigheden voordoen die niet of niet ten volle zijn verdisconteerd in de afweging van de regelgever en die leiden tot gevolgen die niet stroken met wat de regelgever kan hebben bedoeld en voorzien. Dit betekent dat het bestuursorgaan uiteindelijk (“onder de streep”) moet beoordelen of er bijzondere omstandigheden zijn die maken dat toepassing van het algemeen verbindende voorschrift in het voorliggende geval tot een onevenredige uitkomst zou leiden, maar daarbij gaat het dan alleen nog om de evenwichtigheid (de evenredigheid “stricto sensu”). Een besluit is onevenwichtig als het in de gegeven omstandigheden voor een of meer belanghebbenden onredelijk bezwarend is. [8]
6.2.
De rechtbank is met het college van oordeel dat niet gebleken is van zodanig bijzondere omstandigheden die maken dat de gevolgen van het bestreden besluit onredelijk bezwarend zijn voor eiseres. Gezien de huidige woningschaarste in Nederland en Amsterdam, is het hebben van eigen huis op zichzelf tegenwoordig al bijzonder. Er zijn veel mensen in Amsterdam (met medische problematiek) die geen huis hebben, bij familie inwonen of ook een woning hebben met gebreken. Daarbij komt dat de medische situatie van verzoeker niet als schrijnend wordt gezien in de zin van de hardheidsclausule en [bedrijf] bereid is de gebreken aan de woning van eiseres te verhelpen.

Conclusie en gevolgen

7. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiseres geen gelijk krijgt. Eiseres krijgt daarom het griffierecht niet terug. Zij krijgt ook geen vergoeding van haar proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. L.H. Waller, rechter, in aanwezigheid van
mr.G. dos Santos 't Hoen, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 4 maart 2026.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Voetnoten

1.Artikel 2.10.5, eerste lid, onder b, van de Hvv.
2.Artikel 3 van Pro hoofdstuk 1 van de Nadere Regels Hvv.
3.Artikel 2.10.5, eerste lid, onder i, van de Hvv.
4.Zie bijvoorbeeld de uitspraken van de Afdeling van 24 mei 2023, ECLI:NL:RVS:2023:2010 en van 31 januari 2024, ECLI:NL:RVS:2024:351.
5.Zie de uitspraak van de Afdeling van 17 december 2025, ECLI:NL:RVS:2025:6162.
6.Artikel 2.10.8 en artikel 2.10.5 van de Hvv.
7.Artikel 24 van Pro de Nadere regels Hvv.
8.Zie de uitspraak van de grote kamer van het College van Beroep voor het Bedrijfsleven van 26 maart 2024, ECLI:NL:CBB:2024:190, rechtsoverwegingen 8.1 en 8.2.